donderdag 28 januari 2010

Peter Holvoet-Hanssen aangesteld tot nieuwe Antwerpse stadsdichter

Vanmiddag is op het Antwerpse stadhuis Peter Holvoet-Hanssen (°1960) officieel tot de nieuwe Antwerpse stadsdichter gekroond. Samen met volksdichter en troubadour van Ekeren, Marc Purnaels, las hij vervolgens zijn allereerste stadsgedicht ‘Vrijbrief’ voor het Antwerpse volk voor op het balkon aan de Grote Markt. Daar werd het gedicht op een groot banier ontrold. Bovendien kreeg de kersverse stadsdichter uit handen van schepen voor cultuur Philip Heylen ook een perkamenten ‘Vrybrief’ waardoor hij "alle vrijheid krijgt om woorden te kapen en terug te brengen naar de stad."
Begin december 2009 had het Antwerpse stadsbestuur Peter Holvoet-Hanssen voorgesteld aan de gemeenteraad als vijfde Antwerpse stadsdichter voor de periode 2010 – 2011, "omwille van de beweeglijkheid, het enthousiasme en de geëngageerdheid in zijn poëzie, die jong en oud kunnen betoveren." De officiële aanstelling vond vandaag, op Gedichtendag, plaats. Tijdens een plechtigheid in de trouwzaal van het stadhuis nam Peter Holvoet-Hanssen officieel de fakkel over van Joke van Leeuwen, die twee jaar het ambt vervulde en haar stadsgedichten bundelde in het zojuist verschenen boekje Hoe is 't.
De toegestroomde belangstellenden op de Grote Markt kregen vervolgens een drankje aangeboden door de Vrijbus, een tot poëziebus omgebouwde lijnbus. De Vrijbus is een sociaal-artistiek project met dichters waaronder Peter Holvoet-Hanssen zelf. Bovendien kon het publiek daar het eerste stadsgedicht afhalen. Het luidt als volgt:
Zing ‘mijn stad, open u’ – vier torens in de wind die krimpt
wees welkom en Salaam Alaykum – ook wie thuisloos is
gehavend of in de goot: trapt ’t af, pakt auwen boel
of: schat, ne koffe? Hier, een warme zjat –

Zo dacht ik te beginnen
maar de meeuwen streken neer
als boekaniers, o schoon verdiep – het volk beneden u
bij onze woordenkraam, de kathedraal een baken; zie
daar rijst voor ogen poëzie, de spandoek van ons Fien

Zo dacht ik te beginnen maar de geur van gaarkeukens
kroop met de Scheldelucht in mijn gedicht, een stem die sprak
Zijn kop was als een boot: ‘Langs alle kanten voelt ge wind
die waait door ’t hart van ’t Stad, van Jef en zijn Marie tot Mo.
’t Is toch zo simpel, luister goed: hier komt de stad dichter.’

Wie je niet ziet op straat,
ben ik, die naast je gaat.
De schipper zonder boot,
de zeiler zonder wind.
De schilder zonder verf,
de schrijver zonder woorden.
Hij denkt er het zijne van,
de zwerver die niet slapen kan.
Geef daarom ook jouw woord aan onze stad en teken hier

Labels:

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home