zondag 31 januari 2010

Het literaire voorjaar 2010 # 1 Nederlands essay, biografie en brieven

De komende week wordt in deze kolommen vooruitgeblikt naar wat het literaire voorjaar brengt in de Nederlandse en Franse literatuur. Vandaag een selectie uit de oogst essayistiek, dagboeken en biografisch werk in de Nederlandstalige letteren:

- AKO-Literatuurprijslaureaat Erwin Mortier bundelt eindelijk nog eens een aantal essayistische beschouwingen. In Wat voorbij is, begint pas (De Bezige Bij, april) zijn “lichtzinnige meditaties over het schrijven” verzameld en over taal die ook “zwerm, een sprinkhanenplaag en een rattenepidemie” kan zijn. Het boek is een pleidooi voor een literatuur “vol gezonde misverstanden.”
- Gerrit Komrij neemt dan weer in Morgen heten we allemaal Ali (De Bezige Bij, februari) op geheel tegendraadse wijze de tijdgeest op de schop. In prikkelende essays, korte invallen, vileine columns en toespraken reageert hij op de opkomst van het populisme, de ontaarding van de seksualiteit en het verraad van zijn eigen generatie, die “overal de grootst mogelijke narigheid” heeft aangericht.
- Kristien Hemmerechts stapte onverwachts over van uitgeverij Atlas over naar De Geus en maakt daar haar intrede met De dood heeft mij een aanzoek gedaan (maart). Negen maanden lang noteerde Hemmerechts onverbloemd gebeurtenissen, anekdotes, bespiegelingen, nieuwsfeiten en uitspraken over de thema’s dood, leven en liefde. “In De dood heeft mij een aanzoek gedaan wisselen verlangen naar de dood en levenslust elkaar af”, luidt het.
- Cees Nooteboom verzamelt nieuwe reisessays- en verhalen in Scheepsjournaal (De Bezige Bij, februari), waarin vooral verre uithoeken van de wereld zoals Ushuia of het tropische noorden van Australië worden verkend.
- Onno Blom, de biograaf van Jan Wolkers, bezorgt de “stomende” Parijse liefdesbrieven van Wolkers aan Annemarie Nauta, zijn jonge vriendin die in Turks Fruit model zou staan voor Olga. Brieven aan Olga (De Bezige Bij) geeft “een betoverend beeld van de liefde van Wolkers voor een stad en een vrouw.”
- Van Parijs gesproken: in Hoogtij aan de Seine gaat Diederik Stevens (Atlas) na waar een heleboel Nederlandse auteurs en kunstenaars als Karel Appel, Hugo Claus, Rudy Kousbroek, Corneille, Remco Campert, Simon Vinkenoog en Jan Wolkers woonden in hun Parijse periode. Deze gids volgt hun passen in de cafés, straten, hotelletjes, jazzkelders en ateliers van de Lichtstad. Bart van Loo vervolledigt zijn Frankrijk-trilogie met O vermiljoenen spleet! waarin hij de erotische literatuur in een verzameling essays onder de loep neemt (Meulenhoff/Manteau).
- Bij Vantilt verschijnt een monumentale Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie. Boek- en prentverzamelaars 1750-2010, waarin Piet J. Buijnsters de tot op heden min of meer verborgen wereld van particuliere boek- en prentverzamelaars inventariseert. Het sluit aan bij zijn eerdere Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat. Verder is daar ook het diepgravende Darwins kladjes van Dirk Van Hulle.
- In de categorie biografie onthouden we nog de op til zijnde levensbeschrijving (Atlas) van de Nederlandse zwerver, schrijver en journalist A. Den Doolaard door Hans Olink, de biografie van Pierre Kemp door Wiel Kusters (Vantilt) en het tweede deel van de Revebiografie van Nop Maas. (Van Oorschot) (DL)

Labels:

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home