dinsdag 29 september 2009

PERIODIEK # 12 - Parmentier, De Revisor en Deus ex Machina

Onregelmatig verschijnende rubriek waarin de krenten uit de literaire tijdschriften worden geplukt. Ditmaal aandacht voor Parmentier dat een nummer over 'geld en de letteren' uitbrengt, De Revisor dat een hommage aan Anthony Mertens voorschotelt en het al enige tijd geleden verschenen nummer van Deus ex Machina over de Franstalige Belgische letteren.
°PARMENTIER: Een voortreffelijk idee van de Parmentier-redactie om de verhoudingen tussen literatuur en pecuniaire zaken te onderzoeken in een aantal essays. "Volgens het romantische cliché hebben de beide fenomenen zelfs helemaal niets met elkaar te maken: schrijvers moeten zich niet bezighouden met triviale zaken als geld verdienen, maar dienen te mikken op de ‘hogere’ waarden van de kunst die zich niet laten uitdrukken in het begrippenapparaat van de econoom", staat er. In het dossier ‘Pecunia’, samengesteld en ingeleid door Sven Vitse en Arnoud van Adrichem, wordt bekeken of dat adagium nog steekhoudend is. Tegen de achtergrond van de internationale kredietcrisis vroegen zij enkele financieel-literaire experts na te denken over de verhouding tussen literatuur en geld. Met vaak ongewone en spitse resultaten. Zo belicht Jaap Goedegebuure de geldzaken in het werk van Honoré de Balzac, Émile Zola en Frans Kellendonk. Kevin Absillis maakt vervolgens enkele behartenswaardige notities over schrijverschap en armoede, onder meer over de heisa rond de prijs der Nederlandse Letteren en over Hugo Claus: "De rol van de zelfstandige die in zijn eigen onderhoud voorziet, verleende Claus bovendien een uitstraling van grote literaire onafhankelijkheid waarop de meeste van zijn collega's slechts afgunstig konden zijn." Voorts schrijft Matthijs de Ridder over de zegeningen van het bankroet in de kunst. Joyce Goggin herleest Jane Austens Pride and Prejudice, "een roman die eerder over geld gaat dan over liefde", terwijl Gaston Franssen zich ontfermt over de economische lessen van de poëzie. Sven Vitse belicht de economie van de roman Zwerm van Peter Verhelst. Alain Meynen leidt L’Anti-OEdipe. Capitalisme et schizophrénie van Gilles Deleuze en Félix Guattari in. Naast essays biedt dit dossier ook proza en poëzie, met onder meer het kortverhaal ‘Vlerken’ van Josien Laurier, "over een mysterieuze ontmoeting tussen twee door geld gefascineerde mannen" en gedichten van Nachoem M. Wijnberg. (DL)
°DE REVISOR gedenkt de in april van dit jaar overleden criticus, redacteur en literatuurmens Anthony Mertens met een speciaal nummer, waarin een paar onvermoede teksten zijn te lezen. "Anthony werd in de loop der jaren dat hij voor De Groene, Vrij Nederland, Raster en De Revisor schreef steeds minder een criticus, en steeds meer een 'schrijvend lezer.', zoals hij het zelf noemde. (...) Hij nam steeds minder deel aan wat Kees Fens de 'opruimdienst' van de literaire kritiek heeft genoemd. Het woord criticus moet Anthony geleidelijk aan onsympathiek, veel te hard zijn gaan klinken, met die c die als een harde en scherpe k wordt uitgesproken", schrijft Carel Peeters in zijn bijdrage. Yves van Kempen schrijft een uitgebreid in memoriam, Suzanne Holzer vertelt over de totstandkoming van Zwaluwziek!, het boek dat Mertens schreef na zijn hersenbloeding én de invloed van Michel Tourniers boek De elzenkoning. Chris Keulemans maakt aantekeningen bij Lezen, man! en noteert: "Iedereen die college bij hem heeft gevolgd of met hem in de kroeg heeft gezeten weet hoe snel hij dat flintertje talent in je weet op te sporen en uit te vergroten, net zo lang tot je verend van hervonden zelfbewustzijn naar buiten loopt." Opmerkelijk is ook de 'embryonale tekst' van Mertens zelf, die na lang wikken en wegen door de familie postuum is vrijgegeven: 'Wat Alex Boendermaker om zeven uur 's ochtends zag.' Een fotokatern vervolledigt de hommage aan Mertens.
Verder is er in deze met zorg samengestelde Revisor proza en poëzie van Fouad Laroui, AHJ Dautzenberg en Fenno Groenwold en poëzie van Charl-Pierre Naudé, Peter Theunynck en Sjoerd de Jong. En ook Arnold Heumakers en Bert Natter buigen zich over De revanche van de roman van Vaessens. (DL)
°DEUS EX MACHINA: "In een context waar het Belgische huwelijk steeds meer op de klippen lijkt te lopen, gaat Deus ex Machina lezen in de Franse helft van het trouwboek", zo kondigt de redactie van Deus ex Machina aan. Het recentste nummer biedt dan ook een staalkaart van "nieuwste" Belgisch-Franstalige literatuur, een enquete onder bekende Belgisch-Franstalige auteurs naar hun wortels en hun plaats binnen de Franse uitgeverswereld. Maar de grootste aandacht trekken toch de - vaak surrealistische - verhalen, onder meer van Françoise Lalande, Bernard Quiriny en van Nicolas Ancion, van wie binnenkort de verhalenbundel Iedereen playmobil verschijnt én de gedichten van Karel Logist. Komen verder aan bod: Henri Michaux, Caroline Lamarche, William Cliff, Jean-Marie Klinkenberg, Xavier Hanotte, Francis Dannemark, Thomas Gunzig en Alain Berenboom. Twee essays van literatuurwetenschappers traceren trends en evoluties in de Franstalige Belgische literaire wereld. Het beeldmateriaal is afkomstig van de Brusselse schilder Camille De Taeye, "die heen en weer pendelt tussen Magritte, Khnopff, Ensor, Blake en Redon." Een rijk gestoffeerd nummer waarmee Deus ex Machina zijn traditie van open-minded blad alle eer aandoet. Minpunt zijn de helaas nogal stroeve interviews. Ook de vormgeving binnenin oogt als vanouds wat rommelig, met grote lappen tekst die een wel erg vasthoudende lezer vereisen. Nog signaleren dat Deus zijn webruimte opgeschoond heeft en meer nieuws uit eigen winkel brengt. (DL)

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home