maandag 7 september 2009

Historische toespraak Lucebert teruggevonden

De historische toespraak die Lucebert in 1949 hield tijdens de CoBrA-tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam is teruggevonden. De rede van Lucebert eindigde destijds in groot tumult en markeerde de doorbraak van CoBrA en de ‘Vijftigers’. De toen 25-jarige nog onbekende schilder, tekenaar, lithograaf en dichter Lucebert (pseudoniem van L.J. Swaanswijk) hield het openingswoord op een tijdens de CoBrA-tentoonstelling georganiseerde dichtersavond van 5 november 1949. De rede werd legendarisch omdat Lucebert het verzet van de nieuwe generatie dichters en schilders tegen de "letterdames en letterheren" van het naoorlogse Nederland voor het eerst openlijk verwoordde. Niet voor niets ontaardde de dichtersavond in het Stedelijk Museum te Amsterdam, waar onder meer Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Jan Elburg zouden voordragen, kort na de woorden van Lucebert in geschreeuw, chaos en handgemeen.
De toespraak wordt nu, zestig jaar na dato, voor het eerst gepubliceerd in het literair tijdschrift Hollands Maandblad. De tekst werd tot voor kort verloren gewaand maar onlangs is het grotendeels handgeschreven manuscript van het openingswoord teruggevonden door de neerlandicus Peter Hofman, samen met ander ongepubliceerd werk van Lucebert.
De tumultueuze entree van CoBrA en de Vijftigers in het Nederlandse culturele landschap leidde tot snerende commentaren in de pers. De Waarheid repte van een "Trotzkistische rel" terwijl Het Vrije Volk concludeerde: "Wie deze tentoonstelling gezien heeft, heeft geen hoop meer, dat er uit Karel Appel en Corneille, uit Constant en Théophile Wolvenkamp, uit Gerrit Kouwenaar en Lucebert ooit iets anders zal groeien dan wat ze nu al zijn: knoeiers, kladders." (HC -foto: Lucebert voorlezend op de opening van een Appel-tentoonstelling, Amsterdam, 1949)

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home