zondag 12 juli 2009

Nederlandse dichter Simon Vinkenoog (80) overleden

Op amper een week voor zijn 81ste verjaardag is de Nederlandse dichter, prozaschrijver en podiumbeest Simon Vinkenoog overleden aan de gevolgen van een hersenbloeding, die hem vrijdagavond had getroffen. Sindsdien verbleef hij in een coma.
Met Vinkenoog verliest de Nederlandse literatuur een van zijn flamboyantste auteurs. Tot voor kort was hij niet weg te slaan van de Nederlandse en Vlaamse podia. Vinkenoog geldt als het boegbeeld van de Nederlandse beatdichters en was ook het uithangbord van de wietcultuur. Onlangs nog verschenen zijn Verzamelde gedichten en zijn briefwisseling met Hugo Claus uit de jaren vijftig.
Vinkenoog is vooral bekend als dichter en prozaschrijver, maar valt moeilijk in een vakje te stoppen. Zijn eerste dichtbundel Wondkoorts verscheen in 1950. Dichter en hemelbestormer Vinkenoog wordt op 18 juli 1928 geboren in de volkse Amsterdamse wijk De Pijp. Hij groeit op bij zijn moeder, zijn ouders scheiden op zijn zesde. In 1944 studeert hij af aan het Mulo, het toenmalige uitgebreid lager onderwijs. De grauwe oorlogsjaren tekenen Vinkenoog. Op zijn zeventiende vindt hij een baantje bij de Amsterdamse uitgeverij Querido. Een jaar later treedt Vinkenoog, noodgedwongen – er was een kind op komst – in het huwelijk. Hij zou in totaal zes keer trouwen en vijf kinderen krijgen. Eind jaren ‘40 trekt hij naar Parijs, destijds het culturele broeinest van Europa. Daar versiert hij een baan als archivaris bij de Unesco en legt er contacten met de Cobrabeweging rond Karel Appel, Hugo Claus en Corneille en landgenoten als Remco Campert, Rudy Kousbroek en Jan Hanlo. In geen tijd ontpopte hij zich als de spil van de Nederlandse kunstenaars in de Lichtstad. Hij stampt het avantgardistische eenmanstijdschrift Blurb uit de grond en zet als samensteller van de bloemlezing Atonaal (1951) de Vijftigers-beweging op de kaart. In 1954 publiceerde Vinkenoog zijn debuutroman Zolang te water.
Toch keerde hij weer terug naar zijn geboortestad, waar hij danig aan verknocht was. Over zijn eigen poëzie waren de meningen later verdeeld: "Statisch zou Vinkenoogs werk nooit worden, en vormvast al evenmin. Zijn productie was enorm, maar zou bij de literaire kritiek een steeds gereserveerder onthaal krijgen. Al in 1962 noemde Vrij Nederland hem in de eerste plaats een katalysator", schrijft Arjen Fortuin in NRC. In Vinkenoog Verzameld (verschenen bij Nijgh en Van Ditmar) kon zijn grillig poëzieparcours vorig jaar afgelezen worden.
Al spoedig zocht en vond Vinkenoog volop zijn heil in drugs. Zijn eerste van vele jointjes rookte hij in 1952 en de hasj zou hem blijvend begeleiden. In wietminnend Nederland kreeg hij een cultstatus door zijn liefde voor het 'gras', al zadelde die hem ook op met processen. Daarbij aansluitend wentelde hij zich onder in de beatbeweging en de hippiecultuur, en ontpopt hij zich tot de podiumkunstenaar par excellence. Met de poëziemanifestatie Poëzie in Carré (1966) legt hij de basis voor de opkomst van poëzie als podiumkunst. Inspiratie haalt Vinkenoog bij buitenlandse beatbroeders als Allen Ginsberg, William Burroughs en Gregory Corso, met wie hij in die tijd bevriend raakte. Nog later gaat Vinkenoog de mystieke toer op en propageert hij onvervaard het optimisme. Hij schrijft veel over occultisme en geestverruimende middelen, oa. in het tijdschrift Bres. Literair gezien wordt hij minder au sérieux genomen. “Zweverig? Laten we maar zweven, zeg! De geest moet waaien!”, verdedigde hij zich ooit.
Toch beleefde zijn werk de laatste jaren een flinke revival en bleef hij een gekoesterde gast op poëziefestivals in zowel Nederland als Vlaanderen. Toen hij door poëziesite Rottend Staal in 2004 tot interim-dichter des vaderlands werd verkozen, na de terugtrekking van Gerrit Komrij, bleek hij weer een nieuw publiek aan te spreken. De laatste jaren groeide Vinkenoog bovendien uit tot een held van talloze slam poets, en nam hij twee platen op met Spinvis. Ook op het internet was Vinkenoog zeer actief. Er ging amper een dag voorbij zonder een nieuwe post op zijn weblog, steevast eindigend op een montere noot, iets wat hij bijna tot het bittere eind volhield. Op Kersvers legde hij zijn soms rocamboleske leven vast en hield hij zijn archiefliefde levendig. Geen knipsel ontging hem, elke snipper papier bewaarde hij. Een deel van zijn archief is ondergebracht bij het Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam.
Ooit zei hij dat hij "ontzettend nieuwsgierig was naar de dood". "Daarin worden alle sprookjes waar en na de dood zul je alles weten. Maar ik denk dat ik na de dood in de buurt van de aarde blijf hangen, want ik vind het enorm interessant hier, aldus de 'culturele kwikstaart' (zoals Annejet van der Zijl hem ooit noemde) in een interview in 1975. Lees de obituary's bij onder meer NRC Handelsblad, Trouw, Woest en Ledig en De Volkskrant. (DL)

Hieronder deel 1 van een recente, fraaie Lichtpuntdocumentaire, een interview van Simon Vinkenoog met Hugo Camps, uitgezonden op 17 mei 2009

Labels:

1 Comments:

Blogger JW_Richter said...

God ist dat wat wij tegenkomen na de dood: "Niets (of Alles)".

Ooit zei Simon Vinkenoog, dat hij "ontzettend nieuwsgierig was naar de dood".
"Daarin worden alle sprookjes waar en na de dood zul je alles weten.
Maar ik denk dat ik na de dood in de buurt van de aarde blijf hangen,
want ik vind het enorm interessant hier".

Gisteren heeft hij dus God ontmoet...

maandag, juli 13, 2009 9:51:00 a.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home