zaterdag 6 juni 2009

PERIODIEK # 9 - Raster, Vooys, De Parelduiker en De Revisor

Een verse graai in de tijdschriftenlade, met het slotakkoord van Raster, Vooys met zijn themanummer over literair engagement, De Parelduiker met een special over Chr. J. Van Geel en De Revisor met een erg gevarieerde worp.
°°RASTER: Het einde. Het was de kroniek van een aangekondigd afscheid, maar toch kwam het nieuws eind vorig jaar met een schokgolfje. Na 168 stevige nummers was de stopzetting van het gerenommeerde, driemaandelijkse Nederlandse 'literaire tijdschrift in boekvorm' Raster nakend. Redacteur Jacq Vogelaar kon zijn redactie niet meer aan de praat houden: "Het blad wordt al jaren door dezelfde mensen gemaakt. Die willen op een gegeven moment voorrang geven aan hun eigen werk", zo luidde het. Het eigenzinnige en af en toe fel gecontesteerde Raster was uitgegroeid tot een monument, mede omdat het als geen ander internationale auteurs in het Nederlandse taalgebied introduceerde en het experiment niet schuwde. Zo effende Raster in Nederland mee het pad voor Roland Barthes, Samuel Beckett, Julio Cortázar, Carlo Emilio Gadda en Georges Perec. En ook veel begaafde vertalers vonden een speeltuin in het tijdschrift, dat zijn hele bestaan onderdak kreeg bij uitgever De Bezige Bij. De hardnekkige verknochtheid aan het 'ander' proza zorgde vaak voor polemiek en weerstand.
Nu wordt in schoonheid geeïndigd, met twee lijvige nummers, Het einde én een forse bibliografie, die overvloedige staalkaarten bieden van de Raster-filosofie. Ondanks een wisselende redactiebezetting bleef die ongeschonden: "Een drijfveer bij dit alles is steeds nieuwsgierigheid geweest, belangstelling voor het onbekende, enthousiasme voor nieuwe ideeën en ontdekkingen. (...) 'Literatuur als avontuur' was een motto", schrijft de redactie in Het einde.
De kracht van Raster lag in zijn onorthodoxe themanummers (zoals het memorabele Vergeetwoordenboek en Bestiarium) en die troef wordt nog een laatste keer uitgespeeld in Het einde, waarvoor bijna alle medewerkers uit de voorbije 42 jaar een bijdrage leveren rond dit toepasselijke onderwerp. De "verzameling van schrijvende lezers" zorgt - in de woorden van de redactie voor "een mooi zelfportret" van Raster, tot de laatste snik "een werkplaats voor mogelijke literatuur". De bijdragen komen uit alle uithoeken en bestrijken alle genres.
Present zijn natuurlijk Raster-boegbeelden als oprichter H.C. Ten Berge, Cyrille Offermans, Willem van Toorn, Nicolaas Matsier en Piet Meeuse. Maar voorts lees je ook Breyten Breytenbach, Roberto Calasso, Gerrit Kouwenaar of vertalingen van Marcel Proust. (DL)
°°VOOYS: Vooys voert als ondertitel 'tijdschrift voor letteren', en daar kun je alle kanten mee uit. De redactie is samengesteld uit studenten van diverse opleidingen binnen de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen. "Juist de samensmelting van verschillende disciplines maakt Vooys tot een uniek blad: Vooys is letterkunde in de breedste zin des woords", zo prijst het blad zich aan. Het enthousiasme van de makers is aanstekelijk en de website van het tijdschrift mag er ook wezen. Het blad zelf ook?
Vooys pikt in zijn maartnummer (27.1) in op de steeds maar uitdijende discussie over het engagement in de Nederlandse literatuur, naar aanleiding van het boek van Thomas Vaessens' De revanche van de roman. De discussie werd onder meer aangezwengeld door Yra van Dijk. Zij bekijkt in dit dossier Grunbergs Onze oom en merkt er een "ethisch programma" in. Ze pleit daarbij voor een nieuwe kijk op het bestuderen van geëngageerde literatuur. Sven Vitse bekijkt enkele aspecten van het literaire en politieke engagement van Raster (1977-2009), met onder meer het avant-gardeproza en later vanaf 1992 de grote aandacht voor oorlogs- en kampervaringen. Albert Jan Swart en Mick van Biezen interviewden Chris de Stoop over zijn boek Het complot van België, en voelden hem aan de tand over geëngageerde literatuur. Samuel Vriezen bespreekt Geert Buelens’ oratie In de wereld. Ook in deze oratie, een betoog tegen autonomistische opvattingen, krijgt het werk van Grunberg een belangrijke plaats. Er staat stevig voer in Vooys en de bijdragen zijn op niveau, zij het dat de vormgeving van het blad ietwat schraal oogt. (DL)
°°DE PARELDUIKER. In het kader van een overzichtstentoonstelling van het werk van Chris van Geel (1917-1974) in museum Kranenburgh in Bergen (N-H - van 12 april t/m 2 augustus) komt De Parelduiker met een extra volumineus nummer, dat integraal gewijd is aan deze dichter, die eerst met zijn surrealistische werk en later met zijn minimalistische verzen hoge ogen gooide, vooral door de combinatie van natuursymboliek en taalraffinement. Het nummer opent met een biografische schets over deze "ascetisch uitziende man met een spiedende blik" door Daan Cartens, gevolgd door een blik in het archief, door Marsha Keja. Bij een brand in de nacht van 10 tot 11 februari 1972 brandde de woning van Chris van Geel en Elly De Waard in Groet helemaal af. De overgebleven documenten, aangetast door de vlammen, zijn toch grotendeels nog toegankelijk. "Langzaamaan wordt duidelijk wat een schat aan literair-historische, nooit beschreven bronnen hier ligt", schrijft Keja. Voorts bevat het rijk geïllustreerde nummer bijdragen over de vriendschap tussen Nescio en Chris van Geel (Léon Hanssen), over drie nagelaten gedichten (door Willem Jan Otten), en over de briefwisseling tussen Chris van Geel en Geert van Oorschot (Marsha Keja). Ook zijn er artikelen over het beeldend werk van Chris van Geel (Renske van Dillen), over de briefwisseling tussen Elisabeth Eybers en Chr. J. van Geel (Hans Ester) en over Van Geels verhouding tot de plaats Bergen en zijn omgeving, door Elly de Waard. Bij Van Oorschot verscheen overigens kortelings een bloemlezing uit het werk van Van Geel: Het mooiste leeft in doodsgevaar. (DL)
°DE REVISOR: Het royaal in de hand liggende De Revisor gaat onverstoorbaar verder op zijn elan en laat zich niet van de wijs brengen door alle onheilstijdingen over de teloorgang van het literaire tijdschrift. Het tweede nummer van de jaargang 2009 heeft geen thema, maar wel zeer uiteenlopende bijdragen. Klemtoon ligt op de recente P.C. Hooftprijswinnaar Hans Verhagen met een analyse van Ilja Leonard Pfeijffer, over het gedicht 'Bidsprinkhanen' van Verhagen en een interview van Toef Jaeger, dat zich toespitst op het journalistieke en televisiewerk van Verhagen. Ook is er een fijnzinnig in memoriam van de redactie voor Anthony Mertens. Nieuw prozawerk is van Robert Menasse in een vertaling van Paul Beers, plus nieuwe verhalen van Basje Boer, Caroline Ligthart en Hadewijch Griffioen. Poëzie is vertegenwoordigd met Antoine de kom, Johanna Geels en Myrthe Bartels. De eeuwig speelse capriolen van de Russische schrijver Daniil Charms komen aan bod in een essay van Menno Lievers. In de twee vaste rubrieken Het Maaiveld neemt Bertram Mourits de gedichten van P. Kouwes onder de loupe, terwijl de dichter zelf vier gedichten toevoegde. Manon Uphoff geeft een impressie van haar lezing van Herman Frankes recente roman Zoek op Liefde. Perecvertaler Guido van de Wiel verstrekt in 'Perec verkettert met letters' toelichting bij zijn vertaling van de e-loze cultroman La Disparition van Georges Perec en legt enige laagjes bloot in 't Manco. En zodoende is De Revisor een toonbeeld van wat een literair tijdschrift moet wezen: diepgravend en soepel lezend, opkomend talent naast de rehabilitatie van curieuze schrijvers, plus essayistiek waarvoor je een omweg maakt, in een aangename uitmonstering. (DL)

Labels: , , ,

1 Comments:

Anonymous m. hesselink said...

Vooys is werkelijk een prachtblad, en dit nummer biedt heel veel moois. Aanrader!

zondag, juni 07, 2009 2:31:00 p.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home