maandag 22 juni 2009

Indrukwekkende collectie Steinbeckmanuscripten onder de hamer

Bij Bloomsbury in New York wordt morgen een collectie manuscripten van Nobelprijswinnaar John Steinbeck (1902-1968) geveild, zo meldt The New York Times. De opbrengst zou tussen de 200.000 à 300.000 dollar kunnen belopen. Het gaat onder meer om een libretto voor de toneelbewerking van zijn boek Cannery Row en de eerste hoofdstukken uit zijn roman Sweet Thursday (1954). Verder bestaat de collectie uit twaalf brieven, een ongepubliceerde introductie bij Sweet Thursday, regieaanwijzingen, karakterbeschrijvingen, gecorrigeerde drukproeven en tapes die de schrijver dicteerde aan zijn secretaresse.
De collectie is afkomstig uit de nalatenschap van de Broadwayproducers Cy Feuer en Ernest H. Martins. Martin, producer van onder meer Guys and Dolls, probeerde in de jaren vijftig een toneelbewerking van Cannery Row op de planken te brengen, maar het project mislukte omdat Steinbeck het libretto niet rond kreeg. De schrijver gebruikte het materiaal vervolgens voor zijn roman Sweet Thursday, over een romance tussen een zeebioloog en een meisje uit de arbeidersklasse. Opvallend aan Steinbecks manuscripten is dat ze onwaarschijnlijk ‘netjes’ geschreven zijn, met amper doorhalingen. “Hij was in staat om alles in zijn hoofd uit te werken voor hij ging zitten om te schrijven”, vertelt een curator van de Morgan-Library. Hij vermoedt dat het morgen geveilde Steinbeckarchief het grootste en belangrijkste van de afgelopen twintig jaar is. Het archief werpt ook een belangrijk licht op Steinbecks artistieke ideeën. Over zijn mislukte toneelstuk, een komedie, schrijft hij dat het geen stuk moet worden “met grappen en geestige opmerkingen. Alle humor is situatiehumor.” “Humor”, voegt hij er aan toe, “is de delicate balans tussen het grappige en het trieste en elk punt moet iets van beide in zich hebben.”
De archivalia werden in 2007 door de schrijver Joel Eisenberg aangetroffen in een kartonnen doos in de nalatenschap van Steinbecks vriend, de theaterproducer Ernest H. Martin (zie ons bericht van toen). De doos bevond zich al 50 jaar in het toilet van Martins huis, gelegen in de Hollywood Hills en bewoond door diens weduwe. Toen werd de verkoop van de stukken ook al eens aangekondigd. Of de documenten toen een koper vonden en ze nu dus doorverkocht worden, is niet duidelijk. (DL/HC)

Labels:

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home