donderdag 4 juni 2009

Cees Nooteboom krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren

De Nederlandse schrijver Cees Nooteboom ontvangt dit jaar de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van de Belgische koning Albert. Er is een geldbedrag aan verbonden van 40.000 euro. De prijs wordt toegekend door de Nederlandse Taalunie. De nog steeds actieve Nooteboom (1933) is vooral bekend om zijn reisverhalen, maar zijn oeuvre omvat romans, verhalen, novellen, poëzie en essays. De jury die hem voordroeg, noemt dit oeuvre "diepzinnig en filosofisch". Dat zijn ook de kwaliteiten waarom zijn werk in het buitenland zo wordt geroemd. Vooral in het Duitse taalgebied heeft Nooteboom veel lezers. Volgens de jury "is de grote kracht van zijn reisverhalen, maar ook van zijn romans, dat ze de geschiedenis recht doen, maar nergens louter realistisch zijn."
Laureaat Nooteboom is zeer enthousiast over zijn onderscheiding. “Ik ben net terug van een lange reis uit Azië en Australie waar ik vorige week opgetreden heb op het festival van Sydney. Ik heb de hele dag en de halve nacht gevlogen, en ben nu een beetje beduusd van dit nieuws. Het is wel een schitterend thuiskomen.” Cees Nooteboom is sinds de instelling van de prijs in 1956 de negentiende laureaat.
Nooteboom debuteerde met Philip en de anderen. Tot zijn bekendste werken behoren Het lied van schijn en wezen (1981), Rituelen (1980) en Allerzielen (1998), evenals reisboeken als Berlijnse notities, De omweg naar Santiago en Nootebooms Hotel. Zijn meest recente publicatie is de uitstekend onthaalde verhalenbundel 's Nachts komen de vossen. Momenteel werkt hij aan een Berlijnboek, een verlengstuk en uitbreiding van zijn Berlijnse notities, naar aanleiding van 20 jaar val van de Muur.
De eerdere laureaten van de Prijs der Nederlandse letteren waren: Herman Teirlinck (1956), A. Roland Holst (1959), Stijn Streuvels (1962), J.C. Bloem (1965), Gerard Walschap (1968), Simon Vestdijk (1971), Marnix Gijsen (1974), Willem Frederik Hermans (1977), Maurice Gilliams (1980), Lucebert (1983), Hugo Claus (1986), Gerrit Kouwenaar (1989), Christine D'Haen (1992), Harry Mulisch (1995), Paul de Wispelaere (1998), Gerard Reve (2001), Hella S. Haasse (2004) en Jeroen Brouwers (2007). Na de weigering van deze laatste om de prijs te aanvaarden en de vervolgens ontstane polemiek over de hoogte van het bedrag, werd die opgetrokken van 16.000 tot 40.000 euro. Brouwers publiceerde er het pamflet Sisyphus' Bakens over. Zie onze uitgebreide berichtgeving over de zaak.
De jury bestond dit jaar uit Anne Marie Musschoot (voorzitter), Marion Bloem, Yra van Dijk, Dirk De Geest, Ismène Krishnadath, Herman Pleij en Mark Schaevers. De Nederlandse Taalunie kent de Prijs der Nederlandse Letteren om de drie jaar toe aan een auteur van wie het werk een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur. De ene keer overhandigt de Belgische koning de prijs, de andere keer de Nederlandse koningin. De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal. De uitreiking is overigens met een jaar vervroegd.
Het is duidelijk dat met de aanduiding van Nooteboom de Nederlandse Taalunie het geschonden blazoen van de prijs weer wil oppoetsen. Brouwers is de enige die de prijs ooit weigerde. In 2001 wilde Koning Albert I de prijs niet persoonlijk aan Gerard Reve geven, omdat er een zedenzaak liep tegen diens partner. Zie ook de berichtgeving in NRC Boeken en de Volkskrant. (HC/DL)

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home