dinsdag 4 november 2008

Doeschka Meijsing is verbouwereerde laureate van AKO Literatuurprijs

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing (61) is bekroond met de AKO Literatuurprijs voor haar roman Over de liefde (Querido). Meijsing kreeg het goede nieuws te horen van de juryvoorzitter W.J. Deetman tijdens een rechtstreekse tv-uitzending van Pauw & Witteman vanuit het Kurhaus in Scheveningen. Ze strijkt 50.000 euro op voor haar "sprankelend, geraffineerd en toonvast boek", waarin de personages "hard en scherp" maar ook "liefdevol en humoristisch" worden neergezet, aldus de lofzang van de jury. In een laudatio kort tevoren in de uitzending had Stine Jensen Over de liefde al getypeerd als het "meest geslaagde mopperboek" dat ze kende.
De verbouwereerde laureate kon na de toekenning niet veel meer dan stamelen dat "de vloer hier glad" is, toen ze door Pauw & Witteman aan hun tafel werd genood voor felicitaties. Favoriet Leon De Winter die via een satellietverbinding met zijn gezin vanuit Malibu present was, had zijn kansen een minuut eerder zelf laag ingeschat en herhaalde zijn klacht dat serieuze critici het "entertainment" in zijn boeken niet voldoende op waarde konden schatten.
Laureate Meijsing werd met vroegere romans (zoals 100 % chemie en De tweede man) al genomineerd voor de AKO en Libris Literatuurprijs, maar schreef de onderscheiding nooit eerder op haar naam. In de recensie van uw dienaar in De Morgen (6/2/2008, integraal te lezen in de comments) is er lof voor "de licht badinerende toon" die Meijsing als gegoten zit. "Hoofdpersonage Philippa van der Steur, kortweg Pip, is een wat hoekig, licht korzelig personage dat haar wonden in eenzaamheid verkiest te likken. Niettemin steelt ze na verloop van tijd het hart van de lezer. [...] De teleurstelling en het verdriet over het falen van een liefdesrelatie zijn opnieuw allesoverheersend. [....] Toch is het Meijsing niet te doen om rekeningen vereffenen of om gestileerd literair natrappen. De door de wol geverfde schrijfster, die niet enkel voor haar romantitel schatplichtig is aan Stendhals De l'amour, tilt haar boek gaandeweg boven die harde feitelijkheden uit, om te komen tot een spitse rêverie over de kracht van het verleden, het worstelen met schaamte en de vraag waarom het toch zo heikel is dat twee mensen in harmonie samenblijven. Om er meteen ook een galerij bedenkingen over de aard van de homoseksuele liefde aan toe te voegen." Al noteerden we ook dat "je moet wennen aan de soms vergezochte beelden en aan enig bochtenwerk voor haar roman op hoger toerental begint te draaien." Zie dit Meijsingportret op Querido-TV, een Meijsingdossier bij NRC en de recensies bij De Volkskrant en Vrij Nederland.
De vijf andere genomineerden voor de AKO-Literatuurprijs waren Leon De Winter (Het recht op terugkeer), Chris De Stoop (Het complot van België), Tomas Lieske (Dunya), Bianca Stigter (De ontsproten Picasso) en Elisabeth de Flines van Machiel Bosman. De toplijst bevatte voor de helft non-fictieboeken. De jury registreerde opvallend veel non-fictieboeken (40 procent) bij de 371 inzendingen voor de prijs. Al vroeg vielen de boeken van Arthur Japin (De overgave), Charlotte Mutsaers (Koetsier herfst), Cees Nooteboom (Rode regen) en P.F. Thomése (Vladiwostok!) af, en Jeroen Brouwers' Datumloze dagen bleek voor de eigenwijze jury zelfs niet goed genoeg voor de tiplijst. De aanloop naar de prijsuitreiking verliep dit jaar overigens ronduit mak, zonder veel debat of stennis over of tussen de genomineerden. De jury bestond dit keer uit Frank Hellemans, Jeroen Overstijns, Bas Belleman, Marjan Veenman-Arts en Marjoleine De Vos. Vorig jaar ging de AKO-onderscheiding naar A.F.Th. Van der Heijden met Het schervengericht, nadat in de aanloop van de uitreiking een bitsige woordenstrijd ontstond tussen genomineerden Arnon Grunberg en A.F.Th. Zie ons eerder bericht over de toplijst. (DL)

Labels: ,

1 Comments:

Blogger De papieren man said...

De homoseksuele mens of het broodnodige overbodige

Doeschka Meijsing klautert uit de amoureuze valkuilen in 'Over de liefde'

Door Dirk Leyman
De Morgen, 6/2/2008

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing (°1947) laat zich in haar schrijverschap steeds minder door theoretische voorschriften dirigeren. In Over de liefde, dat weliswaar handelt over een damesliefde die tragisch op de klippen loopt, zit de licht badinerende toon haar als gegoten.

Toen Doeschka Meijsing met onder meer de puberteitsroman Robinson (1976) en Tijger, tijger! (1980) haar opgemerkte intrede maakte in de Nederlandse letteren, kreeg zij spoedig het door menigeen verfoeide stigma van het Revisorproza opgekleefd. Meijsing bleek in haar literatuuropvattingen nauw aan te leunen bij het tijdschrift De Revisor, waar lieden zoals Frans Kellendonk, Dirk Ayelt Kooiman en Nicolaas Matsier destijds de dienst uitmaakten. Het waren stuk voor stuk auteurs die een tijdlang de literaire critici tot hevige twistgesprekken verleidden én Jeroen Brouwers zelfs tot polemische toorn opwekten.

Meijsing was niettemin tuk op de literaire listen en het schaakspel tussen verbeelding en werkelijkheid waar het Revisorproza zo hoog van opgaf, met een overmaat aan flashbacks, betekenislagen, vertelperspectieven en intertekstualiteit. Dat zette het Revisorproza in een nogal academische odeur, hoewel je van Meijsing nooit kon zeggen dat zij geen stilistische helderheid betrachtte.

In de loop der jaren doofde de eigenheid van het Revisorproza uit als een nachtkaars en gaf Meijsing in haar romans steeds vaker de voorrang aan een soepeler, verhalend elan, wat haar boeken in tal van opzichten ten goede kwam. Zeer opvallend was hoe het thema 'verlies' van een geliefde telkens weer de kop opstak, zoals in De beproeving (1990), Vuur en zijde (1992) en ook De tweede man (2000), de roman waarmee Meijsing na een AKO-nominatie haar welverdiende doorbraak naar een ruimer publiek beleefde.

In haar nieuwe roman Over de liefde - door sommigen uitdrukkelijk als sleutelroman beschouwd - zijn de teleurstelling en het verdriet over het falen van een liefdesrelatie opnieuw allesoverheersend. Hoe kan het ook anders: "Ik, die dacht voor de liefde geschapen te zijn, kon bogen op drie mislukte relaties, waarvan de laatste een nog te verse verwonding had veroorzaakt om er maar naar te wijzen." Het hoofdpersonage Philippa van der Steur, kortweg Pip, wordt opzij gezet door haar vrouwelijke geliefde, die zich in de armen werpt van een oudere, gehuwde man, een "vleesgeworden midlifecrisis". Geen wonder dat Pips gedachten voltijds aan het galopperen slaan en dat ze elke vaste voet onder de grond verliest, zeker omdat er in de twaalfjarige relatie aanvankelijk geen vuiltje aan de lucht leek. Al waren de tekenen van verflensing bij nadere beschouwing niet te miskennen.

Dat Meijsing trouwens onbeschroomd put uit haar eigen nare ervaringen, staat buiten kijf, zo meldt de Nederlandse kritiek in koor, wat voor de insiders een snuif extra pigment toevoegt aan het boek. De Amsterdamse Grachtengordel, waar Meijsing tot het meubilair behoort, wéét gewoon dat Jula, de schuinsmarcherende en veel jongere ex-geliefde van Pip, eigenlijk geboetseerd is naar Xandra Schutte, de ex-hoofdredactrice van Vrij Nederland. En dat zij een affaire had met H.J.M. Schoo, de intussen al overleden Weekbladpersuitgever, was al evenzeer een publiek geheim. Toch is het Meijsing niet te doen om rekeningen vereffenen of om gestileerd literair natrappen. De door de wol geverfde schrijfster, die niet enkel voor haar romantitel schatplichtig is aan Stendhals De l'amour, tilt haar boek gaandeweg boven die harde feitelijkheden uit, om te komen tot een spitse rêverie over de kracht van het verleden, het worstelen met schaamte en de vraag waarom het toch zo heikel is dat twee mensen in harmonie samenblijven. Om er meteen ook een galerij bedenkingen over de aard van de homoseksuele liefde aan toe te voegen: "Ik had bedacht dat de homoseksuele mens, aangezien hij zich niet voortplant, de taak heeft de versiering van de schepping te zijn, het broodnodige overbodige."

Hoger toerental

Denk nu niet dat Meijsing van Over de liefde een filosofisch discours maakt. Pip is een wat hoekig, licht korzelig personage dat haar wonden in eenzaamheid verkiest te likken. Niettemin steelt ze na verloop van tijd het hart van de lezer. Toch vraagt Meijsings proza wat tijd om te acclimatiseren. Je moet wennen aan de soms vergezochte beelden en aan enig bochtenwerk voor haar roman op hoger toerental begint te draaien. Dan merk je ook hoe Meijsing de gedempte stiliste is in vergelijking met haar broer, die ze trouwens qua thema's wél steeds dichter op de hielen zit. Regelmatig moet je denken aan broer Geertens roman Siciliaanse vespers, waar de hoofdfiguur ook plots door zijn geliefde wordt verlaten.

De roman blijft niet memorabel door de plot, al doet Meijsing hardnekkig haar best om alles in elkaar te schuiven. Zo krijgt Pip in de aanvang van het boek een dvd over de Jappenkampen in de bus, waarin haar vroegere gymlerares opduikt en ze genadeloos teruggeslingerd wordt naar haar schrijnende verliefdheid op deze Buri Vermeer, die haar veertig jaar na datum nog steeds van de sokken blaast. Het zal leiden tot een ontmoeting, waarin Buri op haar beurt haar eerste liefde voor nota bene haar gijzelaar uit de doeken doet. Dat is een onrechtstreeks gevolg van Pips bizarre botsing met een cementvrachtwagen, die haar met een schedelfractuur en een gaatje in haar geheugen opzadelt. De ex-geliefde Jula komt haar trouwens weer monter bezoeken, waarna Pip haar stekels opzet en het verlies nog harder aankomt. Meijsing laat de gedachten van haar herstellende personage overvloeien naar haar jeugd, haar drie broers en het kroegleven, soms in een al te doordachte structuur gevat. Om te culmineren in een perfect geregisseerde scène waarin Pip tijdens een speech voor haar ex-geliefde in het Amsterdamse grachtenwater dendert.

Naarmate de roman vordert, raak je volkomen gehecht aan die vertellersstem die welbespraakt maar ook badinerend haar erbarmelijke toestand traceert: "Waar het kort gezegd op neerkwam, bedacht ik terwijl mijn vingers behoedzaam aan het luikje in mijn schedel voelden, was dat ik in de liefde tot voorlopigheid was gedoemd terwijl ik eeuwigheid had bedoeld." En verrijkt met een kistje bon mots en conciese gedachtegangen, klap je ten slotte met enige lichte droefenis Over de liefde dicht, een erg genietbare roman over het sluipende gif dat liefde heet.

Doeschka Meijsing
Over de liefde

Querido, Amsterdam, 237 p., 18,95 euro.

dinsdag, november 04, 2008 1:01:00 a.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home