woensdag 1 oktober 2008

Robert Burns vereeuwigd op Schotse wc-brillen

De manie rond Robert Burns (1759-1796), Schotlands jonggestorven nationale dichter, blijft onverminderd duren. In het Zuid-Schotse plaatsje Kirkcudbright heeft het hotel The Selkirk Arms de wc-brillen opgeluisterd met een afbeelding en een gedicht van the Bard, zo meldt BBC Scotland. In het hotel zou Burns in 1794 zijn legendarische korte dankgebed The Selkirk Grace geschreven hebben. In dit gedicht wordt de heer geprezen voor de dagelijkse spijs: "Some hae meat and canna eat, And some wad eat that want it, But we hae meat and we can eat, And sae the Lord be thankit." De regels, die nu in het kleinste kamertje te lezen zijn, worden traditioneel uitgesproken aan het begin van een Burns Supper. Deze diners worden al vanaf Burns' sterfjaar georganiseerd ter zijner nagedachtenis. De eigenaars van het hotel lieten weten dat ze "bijzonder trots zijn omdat Burns daar verbleef. We moeten duidelijk maken dat de herinnering in Kirkcudbright aan Burns nog levendig blijft." Eerder dit jaar lanceerde het hotel nog een speciaal gebrouwen bier met de naam "The Grace". Van Burns zijn ondertussen de meest onwaarschijnlijke prullaria en parafernalia op de markt. Vingerhoeden, kurkentrekkers, theeserviezen, koekjes, muziekdozen, kaartspellen, glasramen, leporelloalbums, snuifdozen en uiteraard kilts zijn collector's items geworden. Voor de hotelbezoeker valt het te hopen dat de wc-brillen niet dezelfde weg opgaan. (HC - voor een verslag van een Burns Supper, zie bij de comments)

Labels:

1 Comments:

Blogger De papieren man said...

De grond beeft van de man die haggis eet
Een Burns Supper in Alloway

Eind januari worden overal in Schotland de traditionele Burns Suppers gevierd. Op deze avonden wordt de nagedachtenis van Robert Burns gevierd, de belangrijkste Schotse dichter. Het is geen stijve literaire bedoening in rokjas. Er worden gedichten voorgelezen, er wordt gelachen en op de vrouwen geklonken, maar bovenal wordt er genoten van de haggis, het gezelschap… én van de single malt.

Robert – Rabbie – Burns is voor Schotland wat Hendrik Conscience voor de Vlaming is: de man die zijn volk leerde lezen. Hij werd in 1759 als oudste zoon van zeven geboren in een arm maar trots landbouwersgezin, en kreeg een degelijke opvoeding. Maar toen zijn vader stierf moest hij de relatief arme boerderij met zijn broer overnemen. Het lukte maar half, en Robert maakte plannen om zijn harde leven te ontvluchten en naar Jamaica te trekken. Het zou even anders lopen. Want vlak voor zijn vertrek publiceerde hij nog vlug even zijn debuutbundel met de weinig originele titel 'Poems – chiefly in the Scottish Dialect'. Het was een inslaand succes, en Robert kon met de opbrengst de boerderij van de hand doen. Hij verhuisde naar Edinburgh en begon er de mondaine literaire kringen te frequenteren.
Al gauw behoorde Burns met James Hogg en Walter Scott tot wat later de Gouden Eeuw van de Schotse literatuur zou blijken. Ze schreven in hun eigen Schotse dialect op het moment dat kennelijk elke Schot daarop zat te wachten. Daarvoor werd in de literaire salons stif-upper-lip-Engels gesproken, of zo mogelijk zelfs Latijn. Burns was de eerste die het aandorst poëzie ‘voor de mensen’ te maken. En ook over de mensen. Zijn thematiek week af van het semi-religieuze en hoogdravende, en in zijn lange epische gedichten vertelde Burns een verhaal, en niet zelden een liefdesverhaal. En dat sloeg meteen aan. Hij was een tijdgenoot van de romantici Wordsworth en Coleridge, maar omdat hij minder cerebrale en filosofische poëzie schreef, werd hij door velen op handen gedragen.
Burns werd bekend als de ploughman-poet en zijn gedichten Auld Lang Syne en O, my luve is like a red red rose werden klassiekers die elke Schot uit zijn hoofd, of zijn hart, kan opzeggen. Maar misschien het bekendste gedicht is Tam O’Shanter, een lang uitgesponnen en prachtig opgebouwd verhaal over ene Tam, afkomstig van Shanter. Op een avond gaat Tam zwaar op de lappen. Omdat hij te laat uit de kroeg vertrekt, op een uur dat de heksen al regeren, loopt het bijna slecht met hem af. Hij begluurt een sabat op een kerkhof, maar wordt door de donkergeklede vrouwen betrapt. Dat appreciëren die natuurlijk niet, en willen de arme Tam grijpen en tot heksensoepvlees vermalen. Hij vlucht naar de brug over de Doon, de Brig O’Doon. Het is algemeen bekend dat je veilig bent eens de brug over. Tam kan nog net aan de grijpgrage tengels van de heksen ontsnappen, maar die kunnen wel nog de staart van zijn paard grijpen. En sindsdien gaat Tam met een staartloos paard verder.
Burns is in Ayrshire, de weinig bekende streek in het Westen van Schotland rond Prestwick, de unique selling proposition. Het kloppend hart van het Burns-toerisme ligt in het kleine plaatsje Alloway. Daar liggen het geboortehuis van Burns, dat nu omgebouwd is tot het kleine Burns Museum, de Brig O’Doon, het Burns Memorial, een negentiende-eeuws monument in pompeus-classicistische traditie, en het kerkhof met het vervallen kerkje waar Tam O’Shanter de heksen zag dansen.
In de But and ben, de piepkleine cottage die door William Burness (Robert veranderde zijn familienaam enigszins) eigenhandig werd gebouwd, zijn niet meer dan twee kamers en een stalletje. In het stalletje wordt nu een vrij obligate multimediale voorstelling gehouden, de Tam O’Shanter experience. In een ander gebouw is het Burns Museum ingericht. Er hangen tientallen schilderijen van de dichter. Het souvenirwinkeltje biedt tientallen Burns-parafernalia te koop aan: vingerhoeden, een theeservies, medaillons en leporelloalbums, allemaal met het knappe hoofd van de bard prominent op de verpakking. Het mag duidelijk zijn: Burns leeft in Alloway. Maar voor het authentieke Burns-gevoel moet je op een onvervalste Burns Supper zijn.

Geef Schotland een haggis!
Burns stierf op 25 januari 1796, totaal berooid zoals een dichter bij zijn dood hoort te zijn. Hij was slechts 37 geworden. Meteen in het jaar erna werd een eerste Burns Supper georganiseerd. Het eerste doel was de poëzie en het genie van Burns te herdenken. En natuurlijk werden daarbij de flessen single malt niet onaangeroerd gelaten. Momenteel is een van de levendigste kernen van die-hard Burns-fans te vinden in Moskou. Geen enkele literatuurliefhebber zul je horen beweren dat dit iets te maken heeft met de drankzucht die Schotten en Russen gemeen schijnen te hebben. Maar sowieso dien je om een Burns Supper goed door te komen een stevig gestel te hebben.
‘Er zijn drie soorten mensen. Schotten, mensen die Schotten willen zijn, en mensen zonder enige ambitie.’ Het is een van de vele wits and puns die ik hoor tijdens mijn eerste Burns Supper. Ze komt uit de mond van Jan Hood, naast wie ik aan tafel in het Brig O’Doon House Hotel, vlakbij het idyllische brugje, beland ben. Ze is een levendige en grappige dame. Jans man is slager in Prestwick en bewaakt angstvallig zijn eigen recept van de haggis. ‘Heel regelmatig komen er Japanse toeristen binnen om mijn man het recept van de haggis te vragen. Uiteraard weigert hij dat, wij zijn niet gek.’ Naast de verkoop van de haggis verdient het gezin van Jan de kost met de verhuur van vakantiehuisjes in Ayrshire. ‘Toen ik hoorde dat hier journalisten kwamen om een Burns Supper te vieren, wou ik er absoluut bij zijn. Ik ben bijzonder trots op Burns, hij geeft ons, de Schotten, een prachtige literatuur geschonken.’
Het diner verloopt al meer dan tweehonderd jaar volgens een onwrikbaar stramien. De viering begin steevast met de Selkirk Grace, een kort dankgebed:
Some hae meat and cannot eat.
Some wad eat that want it:
But we hae meat and we can eat,
Sae let the Lord be thankit.
En we danken de Heer door op Zijn gezondheid te drinken. Een van de eerste hoogtepunten van de Burns-avond is de Ceremony of the Haggis. De haggis, een traditioneel Schots gerecht met naar verluidt allerlei schapenonderdelen in wordt onder begeleiding van bagpipes-muziek de zaal binnengedragen. De voorzanger begint vol vuur Burns’ gedicht Adress to a Haggis voor te lezen. Het eindigt als volgt:
Ye Pow'rs, wha mak mankind your care,
And dish them out their bill o fare,
Auld Scotland wants nae skinking ware
That jaups in luggies:
But, if ye wish her gratefu prayer,
Gie her a Haggis!
Waarna met groot geweld en door middel van een zo groot mogelijk mes, zoniet een pas gewet zwaard, de hete haggis aan stukken word gehakt en aan de feestvierders wordt uitgedeeld. Niet na uiteraard eerst een toast op de haggis te hebben uitgebracht. Burns vertelt dat wie een haggis achter de kiezen heeft, rustig het gevecht met de grootste bruut kan aanvangen, tenminste als hij niet ook haggis gegeten heeft: But mark the Rustic, haggis-fed, The trembling earth resounds his tread. Ook Jan wil me het recept van de haggis niet verklappen. Het blijft een geheim dat enkel door echte Schotten kan overgeleverd worden. ‘Ik kreeg het recept van de haggis van mijn moeder, en zij kreeg het van haar moeder. Het is zo’n beetje ons familiegeheim. Ik kan je alleen zeggen dat er schapenvlees in zit, maar dat wist je dus al…’ Wat het ook is, ik laat het me smaken.
De scotch vloeit rijkelijk, en er wordt geklapt, gelachen, gezongen. De sfeer is goed en er wordt al snel gedanst. Burns kon je in zijn tijd niet bepaald het voorbeeld noemen van de trouwe burgerman – hij had verschillende onwettige kinderen. Maar ook dat droeg en draagt bij tot zijn faam. De voorzanger springt op tafel en begint aan zijn geïmproviseerde en eigentijdse Toast to the Lassies, ook al een verplicht onderdeel. Op de dames moet getoast worden, en mijn tafelgenoten doen dat zonder tegenzin. Jan lijkt goed tegen deze hoeveelheden malt te kunnen. Er wordt gezegd dat Rabbie zo jong stierf door het harde werk op de boerderij van zijn vader. Maar te oordelen naar de sfeer op deze Burns Supper beeld ik me in dat er misschien een andere doodsoorzaak zou kunnen zijn. But we hae malt and we drink eat, Sae let the Lord be thankit.

Hans COTTYN
(Verschenen in De Tijd, 14 januari 2006)

woensdag, oktober 01, 2008 10:56:00 p.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home