zaterdag 11 oktober 2008

Christophe van Gerrewey slaat dubbelslag bij Prijzen voor Jonge Kunstkritiek

De jonge Vlaamse essayist Christophe van Gerrewey (°1982) heeft in Rotterdam de twee Prijzen voor de Jonge Kunstkritiek ontvangen. Hij kreeg zowel de prijs in de categorie Essay als Recensie, respectievelijk goed voor 12.500 euro en 7.500 euro.
Zijn bekroonde recensie Negeren is de grootste luxe, over de kunstenaarspublicatie Sonne, Mond und Sterne van het Zwitserse kunstenaarsduo Fischli & Weiss, werd door de jury omschreven als een "prachtig helder en filosofisch geschreven stuk". Zijn essay De toekomst is die berg neemt de lezer dan weer mee op een fascinerende zoektocht naar ‘het nieuwe’. "De jury was dermate onder de indruk van zijn persoonlijke, intelligente en bevlogen stukken dat zij besloot hem met zowel de prijs voor het beste essay als met de prijs voor de beste recensie te belonen", zo luidt het. Toch liet ze ook weten dat ze qua globale inzendingen "op meer eigenheid en eigengereidheid in stijl en denken had gehoopt".
De organisatie kreeg 72 inzendingen toegestuurd, waarvan 32 essays en 40 recensies. De inzendingen werden anoniem voorgelegd aan de jury, bestaande uit Maria Barnas (schrijver, beeldend kunstenaar), Bernard Dewulf (journalist De Morgen en kunstcriticus), Edo Dijksterhuis (journalist en kunstcriticus voor het Financieele Dagblad), Barbara Visser (beeldend kunstenaar), Camiel van Winkel (publicist, lector kunstacademie Den Bosch). Ze stond onder voorzitterschap van schrijver Oscar van den Boogaard. De prijs is een initiatief van de Appel, het Fonds BKVB en Witte de With, met medewerking van NRC-Handelsblad en Knack, waarin de bekroonde teksten gepubliceerd worden.
Christophe Van Gerrewey studeerde architectuur aan de Universiteit van Gent en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Leuven. Hij publiceerde fictie en non-fictie in tijdschriften als DW B, De Witte Raaf, OASE en De Architect. Hij is als onderzoeker en docent werkzaam bij de Vakgroep Architectuur & Stedenbouw van de Universiteit Gent en aan de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen.
De jury hoopt dat de prijs een impuls zal geven aan de kunstkritiek. Van den Boogaard benadrukt in het juryrapport: “De kunstcriticus heeft een te belangrijke rol te spelen, hij kan de brug zijn tussen kunstwerk en toeschouwer, de kunst ontsluiten voor de rest van de wereld. Hij kan opvoeden, enthousiasmeren, verbazen. Kunst moet gespiegeld worden, zonder hen verliest de kunst haar glans.” (DL)

Labels:

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home