zondag 3 augustus 2008

Literatuur en architectuur centraal in DW B 2008/3

In het kader van een samenwerking tussen De papieren man en DW B wordt elk nieuw nummer van DW B vanaf nu bij verschijnen telkens voorgesteld op deze site. In een eerste gastbijdrage zochten Christophe van Gerrewey & Maarten Delbeke, samenstellers van het nummer 2008/3 Ceci tuera cela (over literatuur en architectuur), tien links bij elkaar die het nummer omkaderen.
1. DW B 2008, nummer 3, bevat onder de titel Ceci tuera cela een themagedeelte over architectuur en literatuur. Het wekt altijd argwaan op wanneer er bruggen worden geslagen tussen twee disciplines of kunstvormen. Architectuur en literatuur hebben toch niks met elkaar gemeenschappelijk! En wie kan er zowel over het ene als over het andere iets zinnigs te zeggen hebben? De acht teksten in DW B beantwoorden elk afzonderlijk die vraag.
2.
Er zijn mensen die om aan de gang te blijven, hun bezigheden een carrière lang verwensen en verdoemen, en andere kunsttakken veel hoger inschatten. Samuel ‘Alleen mijn grafschrift zal me niet doen walgen’ Beckett, zo betoogt Dirk van Hulle in zijn bijdrage, had zeer ‘ruimtelijke verlangens’, die hij deelde met Mies van der Rohe.
3.
Maarten Delbeke schrijft over de literaire aspiraties van Rem Koolhaas, maar beseft dat de Nederlandse architect, net als Frank Lloyd Wright, Le Corbusier en Robert Venturi voor hem, de literatuur ook als een gezonde dreiging voor de architectuur beschouwt.
4.
Geert Bekaert heeft ondertussen vijftig jaar lang over architectuur geschreven, en over de verhalen die architectuur kan doen ontstaan. Het bekijken van een gebouw, zoals Paul Valéry schreef, is elke keer opnieuw het samenstellen van een andere roman.
5.
Jacques De Visscher heeft een pragmatischer kijk op beide kunsten: architectuur heeft iets te leren van de literatuur. Abstractie, wereldvreemdheid en doorgedreven functionaliteit kunnen door verhalen uit gebouwen worden geweerd.
6.
Cin Windey onderzoekt hoe bestaande interpretatiekaders ruimtelijk uitgedrukt kunnen worden, hoe deze kaders ruimtelijk uitgebeeld zijn, en hoe ze – bijvoorbeeld – toelaten om het werk van Gerard Reve te lezen.
7.
Er is geen roman die geen ruimte maakt door haar te beschrijven. In Malpertuis van Jean Ray/John Flanders gebeurt dit wel zeer expliciet, zoals Bart Verschaffel betoogt: de afgedankte goden vereisen én bedreigen de architectuur.
8.
Ook in het korte verhaal van Christophe van Gerrewey speelt de ruimte een rol. Maar kan er wel over die ruimte worden gesproken zonder te liegen? Wat plaatsheeft is de plaats – al de rest is interpretatie en onbetrouwbare vertelkunst.
9.
‘Ceci tuera cela’ – het is een citaat uit Notre-Dame de Paris van Victor Hugo, over hoe het boek het gebouw zal verdringen. In Peking, van waaruit Bert de Muynck bericht, verrijst en verdwijnt architectuur met de snelheid van een drukpers.
10.
‘In mijn binnenste zullen er, nadat ziekte ze ten slotte een voor een heeft geveld, twee of drie individuen overblijven die taaier zijn dan de rest, met name een bepaalde filosoof die pas gelukkig is als hij tussen twee oeuvres, tussen twee ervaringen een gemeenschappelijk element heeft ontdekt.’ – Marcel Proust, De gevangene

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home