maandag 30 juni 2008

P.C. Hooftprijswinnaar en Couperusbiograaf Frédéric Bastet (81) overleden

De Nederlandse archeoloog, schrijver en Louis Couperusbiograaf Frédéric Bastet is op 81-jarige leeftijd overleden in zijn woning te Oegstgeest, zo melden NRC Boeken en het Louis Couperusgenootschap. Bastet, P.C. Hooftprijslaureaat in 2005, kampte al enige tijd met ziekte. "F.L. Bastet was tot in zijn stijl en voorkomen een kind van de negentiende eeuw, een eeuw die hij op eigen houtje nog de gehele twintigste eeuw getracht heeft te laten voortduren", zo schrijft Michael Zeeman in de Volkskrant.
Bastet, man van vele disciplines, voltooide opleidingen in klassieke letteren en archeologie te Leiden. In 1966 werd hij daar benoemd tot hoogleraar in de archeologie. Hij werd er ook conservator van het Rijksmuseum van Oudheden. Als literair auteur debuteerde hij in 1959 met de novelle De aardbeving. Met twee andere vroege novellen, Heksendans uit 1961 en Lava uit 1963, werd De aardbeving in 1986 herdrukt onder de titel Op weg naar het zuiden. Bastet publiceerde ook poëzie, waarin de klassieke oudheid een voorname rol speelde, tot in de vorm toe, want hij opteerde graag voor het sonnet. In 1980 verscheen een keuze uit de gedichten onder de titel Catacomben.
Vermaardheid verwierf Bastet echter vooral met zijn vijf bundels Wandelingen door de antieke wereld uit de jaren zeventig en tachtig, waarin schrijverschap en archeologie elkaar de hand reikten. Geregeld publiceerde hij ook essayistiek, onder meer over Carel Vosmaer en Louis Couperus. Bastet zei later in een interview: "Het gerucht ontstond dat ik een biografie over Couperus zou schrijven. Dat wilde ik niet, maar de geruchten hielden zo aan, dat ik het bijna gênant ging vinden het niet te doen. Toen ging ik me verdiepen in het familiearchief van Couperus. Er zat zoveel interessants in, dat het zonde zou zijn er niets mee te doen." De vrucht van het minutieuze biografenwerk rond Couperus verscheen in 1987. Zijn Couperusbiografie werd wijd en zijd geprezen als een kunststuk en zorgde voor een flinke herontdekking van het oeuvre van de Haagse dandy. Bastet werd later ook de voorzitter van het Louis Couperusgenootschap en liet nog rijkelijke Couperuspublicaties het licht zien, zoals het foto-album De wereld van Louis Couperus.
Bastet rustte niet op zijn lauweren en schreef gestaag voort aan onder meer twee romans, Funérailles (1993) en De schele hertogin (2000), en het biografisch essay Helse liefde (1997) over de relaties tussen Chopin, Liszt, Marie d’Agoult en George Sand. Het sluitstuk van zijn oeuvre verscheen in 2005 toen hij in het autobiografische De grote wandeling terugblikte op zijn leven. Datzelfde jaar ontving hij de P.C. Hooftprijs voor het essay, het genre dat hem misschien het nauwst aan het hart lag.
Bastet stond bekend als een man die begiftigd was met een bijna ouderwetse eruditie, die bijzonder veel terreinen bestreek. Hij was van oordeel dat hij maar een "raar oeuvre" schreef. "Er is geen kop of staart aan te ontdekken." Zie ook het uitgebreide in memoriam bij Literatuurplein. (DL)

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home