zondag 2 maart 2008

Nederlandse literaire tijdschriften bijten van zich af

Het debat over zin en onzin én toekomst van de Nederlandse literaire tijdschriften dat onlangs door Karel Berkhout in NRC-Handelsblad werd aangewakkerd, blijft ook na twee weken nog rimpelingen in de Nederlandse literatuurvijver veroorzaken. Berkhout pleitte in nogal boude bewoordingen voor een sanering en fusies van de twaalf Nederlandse literaire tijdschriften, waaronder De Gids, Armada, De Parelduiker, Raster en De Tweede Ronde. En, zo waarschuwde hij, “als de redacties blijven doorgaan met het laten bedrukken van papier met onleesbare verhalen, dan is er nog maar één devies: oprollen die bende."
Dat zo’n gotspe weerwerk zou krijgen, liet zich raden. Dichter Ilja Leonard Pfeijffer, redacteur van Awater en De Revisor, wees er vorige week in NRC op dat de literaire tijdschriften verslonden worden door de professionals: “recensenten, vertalers en uitgevers, neerlandici en al wie hongerig is naar de nieuwste ontwikkelingen: “Literaire tijdschriften zijn een wonder. Ze zijn met liefde en toewijding samengesteld door vaklui die zelf hun postzegels betalen. Voor u. Ook al bent u met weinigen.” Pfeijffer vindt het subsidiebedrag al bij al schamel: “Je kunt er nog niet eens de shirts van een zaterdag-hoofdklasse-amateurploeg mee laten wassen, laat staan dat je de jeugdopleiding financiert. Het is een schijntje.” En, zegt Pfeijffer terecht, literaire tijdschriften zijn niet gemaakt om het “maatschappelijk debat” aan te zwengelen, nee, “ze willen bijdragen aan het literaire debat.” Zijn conclusie is klip en klaar: “Daar wordt de literatuur van morgen geboren. Daar worden nieuwe auteurs gescout. Daar wordt geschiedenis gemaakt.”
Vrijdag jongstleden kwamen ook tijdschriften als De Gids en Bunker Hill in het Cultureel Supplement uit hun schulp. De Gids schrijft bij monde van Dirk Van Weelden en Arjen Mulder dat Berkhouts verhaal erop neerkomt "dat redacteuren van literaire tijdschriften verwaten, oubollige types zijn, die lak hebben aan lezers en zelfs hun eigen tijdschriften nauwelijks lezen." Ze wijzen erop hoe interdisciplinair De Gids eigenlijk wel werkt en hoeveel themanummers het blad uitbrengt, met "auteurs uit alle hoeken van de literatuur en de samenleving." Ook wordt beklemtoond hoezeer het criterium "kwaliteit" van toepassing is op wat De Gids onderneemt. "Specialisering lijkt ons de dood in de pot, fuseren met andere bladen, tja, hoeveel fusies leiden echt tot de gewenste synergie? [..] Wij zijn ervan overtuigd dat dat er in Nederland tienduizend mensen te vinden zijn die graag op een van de literaire bladen geabonneerd zouden willen zijn, alleen vraagt het opsporen van die lezers een andere aanpak dan in vroeger tijden." Ook Victor Schiferli van Bunker Hill reageerde: "Dat de culturele bijlages de functie van het literaire tijdschrift hebben overgenomen, of zouden moeten overnemen, is iets wat je wel eens hoort opperen, maar het realiteitsgehalte lijkt me betwistbaar. Jonge schrijvers vinden geen podium om met hun literaire werk te rijpen in NRC-Handelsblad of De Volkskrant. Er staan geen gedichten in Vrij Nederland. De boekenbijlagen worden er niet veel dikker op, en besprekingen van minder courante genres zoals poëzie en essays liggen onder vuur. Om over de besprekingen van literaire tijdschriften nog maar te zwijgen" (zie zijn reactie ook onder de comments bij ons eerder bericht).

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home