zaterdag 2 februari 2008

Voorjaarshoogvliegers van de poëzie

Het komende voorjaar vuren nogal wat vooraanstaande dichters nieuw werk op ons af. Eén van de boeken die het debat intussen al aanport is Geert Buelens’ essaybundel Oneigenlijk gebruik. Over de betekenis van poëzie waarin hij zich via diverse kronkelwegen buigt over de vraag wat poëzie eigenlijk betekent (Vantilt). Van de afscheidnemende Antwerpse stadsdichter Bart Moeyaert verscheen zopas Gedichten voor gelukkige mensen (Querido) met poëzie die “ruim zicht” biedt “op de buitenwereld: op kunst, liefde en literatuur, maar ook op onverdraagzaamheid en ongastvrijheid.” Moeyaerts Antwerpse stadsgedichten zijn inbegrepen.
Meer Vlaamse dichterstenoren laten dit voorjaar van zich horen. De niet voor een gat te vangen Peter Holvoet-Hanssen zorgt in april voor ontregeling en taalgekletter in Navagio. Wrakhoutgedichten (Prometheus), “het slot van een poëziereis”, waarin “wrakhoutwoorden voorbij drijven in een dodenstad.” Peter Verhelst wendt zich na de prozakolos Zwerm opnieuw tot de poëzie in de bundel Nieuwe sterrenbeelden (Prometheus, februari). Luuk Gruwez is na 35 jaar schrijverschap op diverse fronten nu toe aan zijn tiende dichtbundel: Lagerwal, “ongewoon helder en alledaags”, maar ook “sierlijk en bij vlagen barok van toon”, aldus de aankondiging (Arbeiderspers, maart).
Bij Querido is er veel Nederlandse poëzie: Leo Vroman met gedichten over de naderende dood (Nee, nog niet dood, februari), Toon Tellegen (Hemels en vergeefs, februari), Astrid Lampe (Park Slope) en Kees ’t Hart (Ik weet nu alles weer, maart). De nieuwe Amsterdamse stadsdichter Robert Anker bundelt zijn poëzie van de laatste decennia in Nieuwe veters. Verzamelde gedichten 1979-2006.
Woelwater Ilja Leonard Pfeijffer vond het wenselijk om na tien jaar dokkeren door de stijlkamers van de Nederlandse poëzie even gas terug te nemen en brengt onder de titel De man van vele manieren zijn Verzamelde gedichten uit (Arbeiderspers, mei), weliswaar vergezeld van “een niet te zuinig uitgevallen nieuwe bundel”.
Blikvangers bij De Bezige Bij zijn H.H. Ter Balkt (Vuur, februari), Hagar Peeters en Loper van licht (januari) én – eindelijk, zou je kunnen zeggen - Made in Rotterdam, de verzamelde gedichten van het fenomeen C.B. Vaandrager (1935-1992), voor wie de stad tegelijk “een bron van verrukking en verschrikking” was (maart). Ingmar Heytze publiceert bij Podium zijn achtste bundel: Elders in de wereld (februari).
Debuteren doen onder meer de Vlaamse poëzieperformer Stijn Vranken met Vlees mij! (Meulenhoff/Manteau) en de Nederlanders Martijn Benders met Karavanserai (Nieuw Amsterdam, april) en Annemieke Gerrist met Waar is een huis (De Bezige Bij, februari). Ook de Nederlands-Vlaamse prozaïst Willem van Zadelhoff zet zijn eerste poëtische schreden met Tijd en landen (Meulenhoff/Manteau, april).
Onvermoeibaar bloemlezer Gerrit Komrij zamelde in Komrij's canon, honderd onontkoombare gedichten uit de Nederlandse Poëzie “essentiële vaderlandse gedichten” bijeen (Prometheus, januari). Vlot over de toonbank in Vlaanderen gaat allicht de bloemlezing Dag vrienden van de poëzie van poëziepopularisator en comedyman Wim Helsen (Meulenhoff/Manteau, februari), die ook zal detecteren wat hem aan poëzie fascineert.
Meulenhoff heeft zopas een bloemlezing sms-gedichten gepubliceerd: 160 tekens inclusief wit (met oa. poëzie van Leo Vroman) én brengt Huub Beurskens’ vertaling van de Statische gedichten van Gottfried Benn uit 1948 (februari). Ongetwijfeld een monument wordt Peter Versteegens vertaling van de 366 gedichten uit Canzoniere (Het liedboek) van Petrarca voor de Gouden Reeks van Athenaeum-Polak en Van Gennep (april). [foto C.B. Vaandrager - foto 2 Robert Anker door Leo van der Noort, Querido]

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home