zaterdag 16 februari 2008

'Literaire bladen doen het helemaal niet goed'

In een polemisch getint stuk in het Cultureel Supplement van het NRC-Handelsblad roept Karel Berkhout op tot sanering én fusies van de Nederlandse literaire tijdschriften. Het afkalvend abonneebestand en het feit dat de tijdschriften niet langer als podium of springplank voor nieuw talent fungeren, doet hem aan de alarmbel trekken. Volgens Berkhout zijn de abonneeaantallen van de meeste literaire tijdschriften deplorabel geworden. Onlangs vrijgegeven cijfers, bovendien stammend uit 2006, geven aantallen van 100 tot 700 per tijdschrift, tezamen hebben de tijdschriften nog slechts 4.473 abonnees. "Bunker Hill zit officieel in de categorie 100 tot 170 abonnees, maar het blad heeft er nog geen 70." [dat laatste is onjuist: volgens Bunker Hill zijn het er 120, zie de reactie van Victor Schiferli bij dit bericht]. Het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, dat de subsidies aanlevert, zette onlangs een bijeenkomst op om "hen in te peperen dat ze wat meer aan de weg moeten timmeren", maar "veel meer dan een oproep wil het fonds niet doen", zo benadrukt directeur Henk Pröpper.
Berkhout vindt dat het literaire fonds wel wat harder mag optreden. "De waarheid is dat de literaire bladen het gemiddeld genomen helemaal niet goed doen." De podiumfunctie van literaire tijdschriften is verschrompeld, zo stelt hij vast: "In werkelijkheid vinden nieuwe auteurs op eigen kracht een uitgever en is er in de tijdschriften de afgelopen jaren niet één verhaal gepubliceerd dat een rol speelde in het maatschappelijke en culturele debat." Berkhout wijt dat aan de opkomst van opiniebladen en krantenbijlagen (maar hij noemt daarbij merkwaardig genoeg niet ook de nieuwe publicatiekanalen op internet). "De literaire tijdschriften zijn gevangen in een onoplosbare puzzel. Spraakmakende essayisten schrijven niet in de bladen, omdat dit geen podia meer zijn; de bladen zijn geen podia doordat spraakmakende essayisten niet voor hen schrijven. De redacties zijn dan ook wanhopig op zoek naar auteurs van naam." Berkhout gewaagt verder van ontsiering door "onleesbare artikelen".
Toch hoeft het niet helemaal een ras le bol te worden voor Berkhout: "Voor wie goed zoekt, valt in de literaire tijdschriften genoeg moois te vinden." Hij noemt vervolgens onder meer De Parelduiker, een seksnummer van De Gids en De Tweede Ronde. Waarna een oproep volgt tot sanering en fusie: "Wie alle goed geschreven en belangwekkende publicaties uit de twaalf gesubsidieerde literaire tijdschriften naast elkaar legt, heeft kopij voor pakweg drie echt interessante tijdschriften." Daardoor zouden auteurs ook beter vergoed kunnen worden én zou de aantrekkingskracht weer groter worden, denkt Berkhout. Maar, waarschuwt hij, in een hard slotakkoord, "als de redacties blijven doorgaan met het laten bedrukken van papier met onleesbare verhalen, dan is er nog maar één devies: oprollen die bende." Het stuk, dat vooralsnog niet online staat, zal ongetwijfeld weerwerk uitlokken uit de tijdschriftenwereld. Er kan gereageerd worden via cs@nrc.nl.

Labels: , ,

1 Comments:

Blogger Victor Schiferli (Gmail) said...

Karel Berkhout schrijft dat het literaire tijdschrift Bunker Hill, hoewel het bij de subsidiegever in de categorie van 100 tot 170 abonnees zit, er in feite 'nog geen 70' zou hebben. Ik weet niet waar de auteur deze cijfers op baseert, maar in elk geval niet op feitelijk onderzoek. Ons abonneebestand is het afgelopen jaar gestegen van 112 naar 120 abonnees. Niet iets om over naar huis te schrijven, allicht, maar de verzwegen premisse (dat wij geen recht zouden hebben op subsidie wegens te weinig abonnees) berust op louter fictie.

Verder vermoedt Berkhout dat de cijfers die het NLPVF opgaf niet kloppen omdat uitgevers hun oplagen 'traditioneel eerder overschatten dan onderschatten'. Deze veronderstelling berust op argwaan eerder dan feiten, omdat uitgevers bij hun subsidieaanvraag een gespecificeerd overzicht moeten geven van de exacte kosten en het aldus ontstane tekort op de exploitatie. Een afronding naar boven, maar meer gunstige cijfers dus, zou hen een groter tekort en dus minder subsidie opleveren. Het lijkt alsof de auteur vindt dat zijn eigen vermoedens hem ontslaan van de plicht uit te zoeken hoe het zit.

Meer op inhoudelijk terrein stelt hij dat 'de tijdschriften' worden 'ontsierd' door 'onleesbare artikelen'. Welke tijdschriften het hier betreft en wat er onleesbaar aan is licht hij niet toe. 'Er is in de tijdschriften de afgelopen jaren niet één verhaal gepubliceerd dat een rol speelde in het maatschappelijke of culturele debat,' schrijft hij. Misschien is dat zo, maar de vraag is of 'de tijdschriften' dat zelf zouden willen. Artikelen die het maatschappelijk debat aanwakkeren, zoiets heeft Bunker Hill in elk geval nooit gepubliceerd en zou het nooit publiceren. Wij brengen alleen korte verhalen, romanfragmenten, gedichten, uitgebreide interviews en essays. We zijn dan ook een literair tijdschrift.

Dat de bijlages van kranten de functie van het literaire tijdschrift hebben overgenomen, of zouden moeten overnemen, is iets wat je wel eens hoort roepen maar het realiteitsgehalte lijkt me betwistbaar. Jonge schrijvers vinden geen podium om te rijpen met hun literaire werk in NRC of De Volkskrant. Er staan geen gedichten in Vrij Nederland. De boekenbijlagen worden er niet dikker op.

De literaire tijdschriften voorzien in een leemte, de vraag is of er een publiek is voor de invulling van die leemte. Ze leiden een marginaal bestaan, en de tijden worden er niet beter op voor wie zich in de marge bevindt. Het voorstel van Karel Berkhout om het aan het fonds over te laten 'die bende op te rollen' is echter ongenuanceerd, onbeargumenteerd en niet op feiten gebaseerd, kortom, een weinig zinnige bijdrage aan deze discussie.

Victor Schiferli,
redactie Bunker Hill

zondag, februari 17, 2008 10:35:00 a.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home