vrijdag 22 februari 2008

Jens Christian Grøndahl stelt vragen over Deense Mohammedrellen

Hoe komt het dat jonge moslims, sommigen onder hen amper 12 jaar oud, nacht na nacht keet blijven schoppen in Kopenhagen, daarbij auto’s en scholen in brand stekend en brandweermannen aanvallend, zo vraagt de internationaal vermaarde Deense schrijver Jens Christian Grøndahl (1959) zich af in de Neue Zürcher Zeitung. Grøndahl onderzoekt de chronologie van de feiten en stelt vast dat de eerste wagen brandde, daags voordat de veelbesproken Mohammed-cartoons opnieuw werden gepubliceerd, op zijn beurt het gevolg van een verijdeld moordcomplot tegen een van de tekenaars. De auteur is scherp voor het begrip dat nog steeds getoond wordt en acht de integratie volledig mislukt. “De maatschappij acht zichzelf verantwoordelijk voor de integratie, dat geldt voor de getto’s die zich vervreemden van de vrijheidscultuur van een moderne democratie. (…) De coulante en flagellantische, zichzelf onderzoekende levenshouding in onze welvaartsstaat is dermate in vlees en bloed overgegaan, dat men zelfs brandstichters en plegers van aanslagen als slachtoffers ziet. Op dit punt is de mislukte integratie verbluffend succesrijk. Er bestaat namelijk een veelzeggende overeenkomst tussen de maatschappelijk-morele Willens zur Empathie en de overgevoelige retoriek bij de brandstichters en de rechtgelovige moslims. (…) Nu doen zij alsof ze van alle verantwoordelijkheid zijn ontheven, en niet de gelijkwaardige deelnemers zijn van een geseculariseerde maatschappij waar de gemeenschappelijke fundamentele waarden van de grondwet noodzakelijkerwijs voorrang hebben op alles.”
In de roman Rode Handen (2006) reflecteerde Grøndahl over wat er gebeurt als politiek of maatschappelijk engagement tot voorbij de grens van het terrorisme reikt. Zopas verscheen in het Nederlands ook de essaybundel Drie stappen achteruit (Meulenhoff), waarin Grøndahl “reflecteert over de democratie, de vrijheid na de val van de Muur en tegenstellingen als het Westen tegenover de islam en de nationale identiteit tegenover het allesomvattende humanisme”, en zijn eigen positie als schrijver onderzoekt. (HC)

Labels: ,

1 Comments:

Anonymous Arthur M. said...

Bij mijn weten waren de cartoons in eerste instantie in opdracht gegeven om te treiteren. Het komt een beetje zielig over als mensen nu gaan zeuren dat die opzet is geslaagd.

zaterdag, februari 23, 2008 1:05:00 p.m.  

Een reactie posten

Links to this post:

Een link maken

<< Home