dinsdag 29 januari 2008

Literair voorjaar met veel Franse fijnkost: van Jauffret tot Diderot

De Franse literatuur in Nederlandse vertaling heeft de laatste jaren flink wat pluimen moeten laten, maar misschien luidt het voorjaar 2008 een voorzichtige renaissance in. Het valt op dat de literaire productie van onze zuiderburen opnieuw meer animo verwekt bij de Nederlandse uitgevers.
De drie grote blikvangers van het voorjaar zijn ongetwijfeld Régis Jauffret [foto 1], Philippe Claudel en Patrick Modiano. Van Philippe Claudel, die sinds Grijze zielen internationale befaamdheid geniet, komt Het rapport van Brodeck (De Bezige Bij), een boek dat in Frankrijk vorig najaar sidderingen door het Franse lezerspubliek stuurde. "Vier jaar na Grijze zielen roept Het rapport van Brodeck de lugubere herinnering op aan een oorlog van collaboratie, van angst voor de ander en van concentratiekampen. De zielen zijn nog even grauw, de sfeer is even giftig en het is nog steeds een raadsel waarom de mensen zo wreed zijn", schreef Le Nouvel Observateur. De Arbeiderspers brengt Gekkenhuizen! van de zwartgallige Régis Jauffret, een verhaal van "alledaagse waanzin" waarin de geplogenheden van een geflipte familie tot brandhout worden geschreven. Ook Univers, univers! van Jauffret krijgt een vertaling van Martin de Haan en Rokus Hofstede, die volgend jaar zal verschijnen.
Uitgeverij Querido is er snel bij met de vertaling van de nieuwe, in Frankrijk alweer mateloos geroemde roman van Patrick Modiano (foto 2): In het café van de verloren jeugd. De tere roman, die vanuit vier gezichtspunten het sombere levenspad van het stuurloze meisje Louki in Parijs traceert, stevent af op een navrant slot. Opvallend: na het debacle van de vorige Modianovertaling Stamboek door Bernlef is veiligheidshalve weer Maarten Elzinga als vertaler opgetrommeld.
Eerstdaags verschijnt Yasmina Reza's ophefmakende Dageraad, avond of nacht, aangevuld met de expliciete ondertitel 'een literaire ontmoeting tussen een schrijver en een machtig man' (Meulenhoff). Het gaat natuurlijk over haar portret van Nicolas Sarkozy, die ze tijdens zijn verkiezingscampagne mocht schaduwen.
Uitgeverij De Geus, als vanouds alert voor de Franse letteren, heeft het roekeloze talent van Laurent Mauvignier onder dak kunnen nemen. In de menigte, bekroond met de Prix du Roman FNAC, gaat over een vriendengroep die in mei 1985 naar de dramatische Europacupfinale tussen Juventus en Liverpool op de Heizel reist en daar meegezogen wordt in de maalstroom. Een subtiel beklemmend en sterk gecomponeerd boek, zo kunnen we u verzekeren. Van de Frans-Joodse Irène Nemirovsky, van wie het postume oeuvre wereldwijd wordt herontdekt, verschijnt de roman De gelukzoeker. Voorts is er ook nieuw werk van ex-Goncourtwinnaar Laurent Gaudé (Eldorado) en Natacha Appanah (De laatste broer, De Bezige Bij), beiden toegespitst op vluchtelingenthema's. Twee langverbeide vertalingen van succesauteurs liggen op de boekenschappen: Verzoening van Philippe Besson (Anthos) is er al, Muriel Barbery's steadyseller Elegant als een egel (Prometheus) komt er snel aan.
Een moment waarop veel lezers de klok ijken is de verschijning van een nieuwe Amélie Nothomb. De vertalingen zijn even netjes getimed. In De verloofde van Sado begeeft Amélie zich weer in Japanse sferen en verhaalt ze met zelfspot haar exotische, finaal faliekante romance met een steenrijke Japanse knapperd (Manteau). In co-editie met Anthos brengt Manteau het tweede boek van Céline Curiol (foto 3), Verlof, waarin ze een heel andere toonladder aanslaat dan in haar atmosferische debuut Parijse stemmen. Verlof gaat over een notulist die in de klauwen raakt van vreemde bureaucratische capriolen. Kafka, Beckett en Orwell zijn niet veraf.
De Arbeiderspers breekt terecht een nieuwe lans voor rasverteller Jean-Paul Dubois, die ons al vergenoegde met Een Frans leven en het sarcastische De verbouwing. In mei is Mannen onder elkaar aangekondigd, waarin twee mannen, die een relatie hadden met dezelfde vrouw en allebei door haar werden verlaten, elkaar treffen in "een eenzaamheid van een huis aan de oever van een bevroren meer" in Noord-Canada.
Meulenhoff trekt de kaart van ietwat onder de mat geschoven klassiekers. Van Marguerite Duras is er De pijn, "een aangrijpend verslag van bijna dierlijke angst en het lijden in de Tweede Wereldoorlog". Bijzonder is de wederontdekking van Roger Martin du Gard [foto 4] de Nobelprijswinnaar Literatuur 1937 en auteur van de omvangrijke romancyclus Les Thibault. Als opmaat naar de op til staande vertaling van zijn laatste magnum opus Luitenant-kolonel de Maumort, publiceert Meulenhoff De verdrinking, over een sergeant die behekst raakt door een bakkersjongen, met dramatische gevolgen. Goed idee ook van Houtekiet om de Franstalige Vlaming en ooit zo gevierde toneelauteur Michel de Ghelderode uit de lappenmand te vissen. In maart ziet Reis door mijn Vlaanderen het licht, met zowel mysterieuze droom- en spookverhalen als een filosofische parabel in het voetspoor van Voltaire. Van een heel ander kaliber is De loslippige sieraden van Denis Diderot, een pornografisch sprookje uit 1748 waarin de van talrijke walletjes proevende verlichtingsfilosoof 'de sieraden van de vrouw" het woord verleent (Athenaeum-Polak & Van Gennep). Ernstiger kwesties worden aangeroerd in William Marx' controversiële studie Het afscheid van de literatuur (Querido), waarin de Franse literatuurprofessor nagaat waarom de literatuur geen rol van betekenis meer speelt in het maatschappelijk debat en het estafettestokje moest doorgeven aan popidool of filmster.
[wordt vervolgd: binnenkort de Franse rentrée littéraire + het voorjaar in de Nederlandse letteren]

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home