woensdag 5 december 2007

Wordsworth liet 12-jarig nichtje nationaal Brits volkslied schrijven

Een vreemdsoortig geval van literair-archeologisch nepotisme, zo zou je het opgegraven gedicht van Emmeline Fisher, het nichtje van William Wordsworth (1770-1850) kunnen noemen. De zaak wordt uitgebreid becommentarieerd in het laatste nummer van het British Archeology Magazine, en werd overgenomen door The Guardian. De al bij leven legendarische Wordsworth werd verzocht de tekst te schrijven voor het nieuwe Britse volkslied, dat moest klaar zijn voor de kroning van koningin Victoria. Wordsworth zag in zijn toen 12-jarige nicht een “inspired Creature” en schoof de opdracht dan maar aan haar door. Het resultaat viel niet meteen in de smaak. De koningin zond een bedankingsbriefje en een pen, maar er werd wijselijk een ander gedicht op toon gezet. Het orginele poëem van Emmeline werd in een tijdscapsule in Silbury Hill begraven, tot lering en vermaak van volgende generaties. Emmeline Fisher bleef de schrijfstok hanteren tot haar vroege dood op 39-jarige leeftijd. In 1856 publiceerde ze een verzameling van haar verzen, die niet tot de romantische canon zijn doorgedrongen. Tot eind jaren 1960 lag de tijdscapsule begraven in de met mysteries omgeven neolithische piramide. Het gedicht uit 1849 wordt nu voor het eerst in zijn oorspronkelijke staat gepubliceerd, en het is de vraag of de tijd goed is geweest voor de poëzie van Emmeline Fisher. (HC - het dodenmasker van Wordsworth)

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home