woensdag 7 november 2007

Buysse-biografie valt meteen in de prijzen

Joris Van Parys is voor zijn 956 pagina's tellende biografie Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd bekroond met de Prijs van de Provincie Oost-Vlaanderen voor Letterkunde 2007. Het boek verscheen begin oktober, maar was door de uitgever in april in manuscriptvorm ingediend voor de prijs. De onderscheiding is 5.000 € waard. De jury (Andrea De Kegel (voorzitter), Sigrid Bousset, Anne Decelle, Patrick Lateur, Dirk Vande Voorde en Marcel van Nieuwenborgh) noemde Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd “een sterke, wetenschappelijk onderbouwde studie, een boeiende combinatie van biografie en historiografie, met stijl en zorg geschreven. Het is een boek dat een onmiskenbare leemte invult.” De jury vindt ook dat de bekroonde inzending “doet hongeren naar het werk van Buysse en dat dat precies is hoe een biografie moet werken”. De weliswaar cosmopolitische Cyriel Buysse (1859-1932) geldt als dé Vlaamse naturalist en rasverteller bij uitstek die destijds met Het recht van de sterkste de goegemeente hevig schokte. Joris van Parys schreef eerder ook de biografie van graficus Frans Masereel, die in 1996 bekroond werd met De Gouden Uil. Voor de krant De Morgen had uw dienaar een gesprek met Joris Van Parys. Daarin zegt Van Parys onder meer: "Mijn ambitie was gewoon om zoveel mogelijk over Buysse naar boven te halen. Ik heb gepoogd een boek te maken dat de in Buysse geïnteresseerde lezer begeestert maar tegelijk als basis fungeert voor verder wetenschappelijk onderzoek. Ook wilde ik het coloriet van Buysses taal de ruimte geven." In de comments bij dit bericht leest u het kaderstukje dat bij het interview hoorde en waarin een beschouwing over de biografie staat. Binnenkort verschijnt ook het nieuwe jaarboek van het Cyriel Buysse Genootschap, de Mededelingen XXIII. Daarin onder meer aandacht voor de biografie en nieuwe Buysse-teksten van Van Parys.

Labels: ,

1 Comments:

Blogger De papieren man said...

Van modderschrijver tot 'grand old man'

door Dirk Leyman
(uit De Morgen, 10/10/2007

"Het is onze plicht de veelbelovende jongeren te waarschuwen tegen die modderliteratuur (...) die noch met ons karakter, noch met onze zeden strookt. Hare schilderingen (zijn) overdreven, valsch, onwaar, omdat het laster en logen is ons volk als bedorven en beestachtig uit te stallen", zo meldt het Belgisch Staatsblad op 1 februari 1896 over het werk van Cyriel Buysse. De opsteller spreekt ook van "monsterachtige paddenstoelen, zorgvuldig gekweekt in den muffigen kelder van het onreine realisme". Gaat het hier om een wet tot verbanning van de schrijver? Welnee. De tekst is het juryverslag van de vijfjaarlijkse wedstrijd voor Nederlandse Letterkunde, die Buysse uiteraard ontglipte. Hij mag exemplarisch heten voor de tonnen bagger die de "vuilschrijver" Cyriel Buysse lange tijd te incasseren kreeg. De grofgebekte volkstaal, de seksuele driftigheid, het rauwe naturalisme en de sociale inslag van proza als De biezenstekker (1890) en Het recht van de sterkste (1893) veroorzaakten alom stennis, temeer omdat hij voor zijn bonkige, gebeeldhouwde personages rijkelijk putte uit zijn geboortedorp Nevele. De vrijzinnige Buysse trok het zich niet aan: "Ik heb mijn geweten klaar. Ik ben niet achteruitgeschrokken voor de waarheid."

De fabrikantenzoon had trouwens veel meer pijlen op zijn boog dan zijn imago liet vermoeden. Weliswaar gepokt en gemazeld in het Oost-Vlaamse Nevele was Buysse ook een volbloedironicus en een kosmopoliet, dol op reizen en een van de eerste autobezitters. De auteur van het legendarische toneelstuk Het gezin van Paemel (1903) stond decennialang in het brandpunt van de Vlaamse literatuur, zo toont Joris Van Parijs (°1944) overtuigend aan in zijn genuanceerde biografie Het leven, niets dan het leven. Cyriel Buysse en zijn tijd.

Van Parijs, die voor zijn biografie over Frans Masereel (1995) in 1996 de Gouden Uil ontving, volgt met mierenijver het parcours van Buysse. De lange rit gaat van zijn geboorte- en ankerpunt Nevele naar New York, waar hij op verplichte zakenreis gaat, en naar Den Haag, waar hij zijn vrouw vindt en vriendschap sluit met Louis Couperus. Daar maakt de "boekhouder der menselijke passies" (zoals Richard Minne hem noemde) zich "een haagsche foornaamheid" eigen. Zijn heimwee naar de Leiestreek doet hem des zomers terugkeren naar het paradijselijke Maison Rose te Afsnee. Intussen tuft ook hij rond door Frankrijk, onder meer naar Nice, bij zijn andere boezemvriend Maurice Maeterlinck. In zijn nadagen wordt de grand old man zowaar vereerd met de titel van baron. Geen wonder dat Van Parijs' biografie een mer à boire is, die door haar omvang én detaillering de modale lezer misschien lichtjes kan afschrikken. Toch is het finaal een zeer genuanceerd en gloedvol portret geworden van een paradoxaal genoeg on-Vlaamse scribent, "een volmaakte gentleman van het hart" die schrijven als een levensbehoefte zag: "Ne schrijver, moar gienen dichter! Dat 'n es nie moeilijk! Ge schrijft gij de dingen lijk of ze gebeurd zijn en ge doet er 'n beetse gevoel bij!" (DL)

woensdag, november 07, 2007 3:07:00 p.m.  

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home