donderdag 19 juli 2007

Uitgevers laten zich om de tuin leiden door lichtjes gewijzigde Jane Austen-fragmenten

David Lasman, de directeur van het Jane Austenfestival in Bath, heeft een experiment ondernomen om na te gaan of Jane Austen (1775-1815) tegenwoordig wel nog een uitgever zou vinden. Hij kwam tot de verbazingwekkende conclusie dat Britse uitgevers het nochtans klassiek bevonden oeuvre van Austen amper blijken te herkennen, zo meldt The Guardian. Lasman, die ook ontgoocheld was omdat zijn eigen werk maar niet uitgegeven raakte, stuurde lichtjes gewijzigde tekstfragmenten uit Northanger Abbey, Persuasion en Pride and prejudice naar achttien vooraanstaande uitgevers. Hij voorzag ze van andere titels, wijzigde enkele namen van personages en bracht zijn nom de plume Alison Layde aan, daarbij subtiel verwijzend naar het door Austen regelmatig aangewende pseudoniem A Lady.
Zeventien uitgevers, waaronder Penguin, retourneerden het werk, zonder daarbij het minste teken van herkenning van de fragmenten te geven. Slechts uitgeverij Jonathan Cape bleek het kopieergedrag te hebben opgemerkt en adviseerde de auteur om Pride and Prejudice met rust te laten.
Lassman was in hoge mate verbaasd dat zo weinigen Austen herkenden, zeker omdat haar boeken onlosmakelijk tot de Engelse canon behoren. Ook de beroemde openingszin uit Pride and Prejudice (“It is a truth universally acknowledged, that a single man in possession of a good fortune must be in want of a wife”) maakte niets los. Lassman ondernam de Austen-truc omdat zijn eigen bewerking van de Griekse mythe over Theseus en de Minotaurus bij geen enkele uitgever animo opwekte. “Een boek aan de man brengen, is vandaag enkel mogelijk als je een agent onder de arm neemt”, zo smaalde hij. En ook Austen zou het dus kennelijk niet onder de markt hebben om tegenwoordig gepubliceerd te raken.

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home