donderdag 19 juli 2007

Podium-uitgever Joost Nijsen begon zelf te geloven in Stand-in-mystificatie

In zijn column op de website van uitgeverij Podium blikt uitgever Joost Nijsen terug op de heisa rond het boek Stand-in van Sieger Sloot, dat in werkelijkheid geschreven is door Ernest van der Kwast, in het kader van een uitgekiende literaire mystificatie, zoals eind vorige week in NRC-Handelsblad werd bekendgemaakt (zie hier). Die werd liefst één jaar volgehouden, tot het de Van der Kwast en Sloot te machtig werd. Nijsen, die het boek uitgaf, opent met: "Hè, hè, we mogen het vertellen." Hij geeft toe dat de uitgeverij vanaf het prille begin bij het complot betrokken was: "Dit deden we uit volle overtuiging." Hij ontkent echter dat het om pure aandachtstrekkerij gaat: Podium deed het "niet omdat we denken dat je met de keuze van een pseudoniem en aansluitend de onthulling ervan nog veel aandacht trekt – dát trucje is de laatste jaren wel vaker vertoond." Nee, zegt Nijsen: "We gingen er in dit geval zo graag in mee omdat hier de keuze voor een pseudoniem in het directe artistieke verlengde lag van het onderwerp van deze roman: een stand-in die invalt voor schrijvers en daar uiteindelijk zo veel succes mee oogst dat hij meer faam verwerft dan de scheppers zelf." Nijsen knoopt er enige maatschappelijke bedenkingen aan vast: "Bekend worden met iets waaraan hij kunstzinnig part noch deel heeft. Een mooi thema in een tijd waarin je soms niet meer weet waaraan een BN’er ook alweer zijn bekendheid te danken heeft. Een literair spiegelpaleis ook, waar niets waar is, of juist alles misschien. En niet te vergeten een volgens velen overtuigende Grunberg-vervalsing (of is het nou een imitatio van een boek dat door Grunberg geschreven is maar onder een andere naam de wereld in gezonden wordt? Ik word ineens duizelig)" Nijsen gaat nog even op zijn immer enthousiaste elan door en prijst de operatie van Van der Kwast de hemel in: "Sterk van het grote literaire talent Van der Kwast is dat hij niet volstond met het verzinnen van een schrijversnaam, maar daadwerkelijk een stand-in zocht, de acteur Sieger Sloot, die er op zijn beurt een grote uitdaging in zag om, in het naadloze verlengde van zíjn artistieke professie, zo lang mogelijk te doen alsof hij die roman geschreven had."
Nijsen bekent dat het niettemin tot moeilijke momenten leidde, zoals bij de presentatie waar Nijsen écht moest liegen. "Een beetje overdrijven mag ik bij dat soort gelegenheden graag doen (je blijft spreekstalmeester), maar hier moest gelógen worden. [...] Blablabla, applaus, bloemen, buiging. En dan maanden volhouden tegenover media, eigen schrijvers, boekverkopers, et cetera, dat die Sieger Sloot behalve acteur werkelijk een verdienstelijk schrijver is. Ik moet bekennen dat ik er gaandeweg zelf in begon te geloven, daarmee het risico verkleinend dat ik me op een dag toch zou verspreken."
Sloot kwijtte zich zo goed van zijn taak als stand-in dat, aldus Nijsen, we ons "soms even in de arm [moesten] knijpen: o wacht even, Ernest is de auteur, die briljante gek heeft gewoon een mooie dikke roman geschreven en wij zijn er de trotse uitgever van, en niemand…" Nijsen besluit zijn column met wat reclame en concludeert: "Voor Sieger gaan we ondertussen gauw een door een ander voltooid manuscript zoeken, want we willen hem eigenlijk niet meer kwijt." Maar dat de stunt en de onthulling de aandacht trekt op een alweer bijna vergeten debuut, kan Nijsen toch moeilijk ontkennen. En zo blijkt "het vaker vertoonde trucje" toch weer te werken.

Labels: ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home