woensdag 23 mei 2007

Nalatenschap Harry G.M. Prick ter veiling

Vandaag wordt de bibliotheek van literatuurhistoricus en erudiet essayist Harry G.M. Prick (1925-2006) geveild bij Bubb Kuyper in Haarlem, zo signaleert De Volkskrant. Prick is vooral bekend gebleven als biograaf van Lodewijk van Deyssel, de schrijver waar hij zich vrijwel zijn hele leven op toelegde. Prick, de "meester van het detail", publiceerde ook veel over andere Tachtigers en over Pierre Kemp en Boudewijn Büch. Tussen 1974 en 1982 was hij - niet zonder hindernissen - bevriend met Büch (1948-2002), waarover hij in zijn boek Een andere Boudewijn Büch (2005) schreef. Geen wonder dat zich in de nalatenschap van Prick veel manuscripten van Büch (60 kavels) bevinden, waaronder ongepubliceerd jeudwerk als Dagboek uit Spanje en Frankrijk uit 1967 en poëzie. De veiling heeft ook het originele geboortekaartje waarop de familienaam als ‘Büch’ staat gespeld. Dat zou het bewijs zijn dat Büch de umlaut niet zelf aan zijn naam heeft toegevoegd, zoals vaak wordt geponeerd. Er is momenteel een opstoot van belangstelling voor het werk van Prick. Het literair-historische tijdschrift De Parelduiker komt met een geheel aan hem gewijd nummer, dat opent met een profiel van Kees Fens en vervolgens een kleine bloemlezing biedt uit de aan hem gerichte brieven uit zijn archief. Het gaat onder meer over brieven van Godfried Bomans, Gerrit Komrij, Geert van Oorschot, Johan Polak en Jeroen Brouwers. Bij uitgeverij Vantilt is de bundel Spelevaren. Van August von Platen tot Gerrit Komrij verschenen, waarin literair-historische opstellen van Prick zijn samengebracht. Hij schrijft er onder meer over August von Platen, Frederik van Eeden, Willem Kloos, Louis Couperus, Stéphane Mallarmé, Hélène Swarth, Marcel Proust en Gerrit Komrij. Zie ook deze beschouwing in De kleine zaal van De Contrabas.

Labels: , ,

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home