zondag 31 december 2006

Willem Elsschotjaar 2007 op lager pitje?

Op 7 mei 2007 zal het precies 125 jaar geleden zijn dat de Antwerpse schrijver Willem Elsschot (1882-1960) is geboren. Reden genoeg voor de stad Antwerpen om 2007 opnieuw tot een Elsschotjaar uit te roepen, een eer die ook het jaar 1982 en in zekere mate ook 2000 al te beurt viel. Elsschot zou de komende maanden niet mogen weg te slaan zijn uit het Antwerpse straatbeeld, zo was eerst aangekondigd. Toch valt er nog weinig te merken van grootscheepse drukte rond de herdenking. Volgens de website van het Willem Elsschot-genootschap wordt de viering minder ambitieus dan eerst voorzien en mikt het Antwerpse stadsbestuur ook volop op 2010 als groot herdenkingsmoment (zie hun nieuwsbrief Achter de schermen). In dat jaar is Elsschot immers vijftig jaar...overleden. In het Antwerpse 't Klein Raamtheater start vanaf 11 januari 2007 wél de opvoeringenreeks van Een ontgoocheling, in een theaterbewerking van Herman en Vincent Verbeeck. De novelle vertelt de tragikomische lotgevallen van vader Louis en zoon Kareltje De Keizer. Het literaire tijdschrift DW & B plaatst zijn eerste nummer van 2007 ook vast in het teken van Elsschot. Koen Peeters en Standaard der Letteren-chef Jeroen Overstijns stellen een aflevering van DW & B samen "in de stijl van Elsschot". Twaalf auteurs worden in een tandem gekoppeld aan twaalf werken van Elsschot. Het Willem Elsschot-Genootschap, onder impuls van de letterlievende bankier Cyriel Van Tilborgh, heeft voor zijn jaarlijkse benefietdiner intussen Vlaams minister-president Yves Leterme weten te strikken. Hij zal op 27 februari 2007 "zijn eigenzinnige visie verwoorden op de grootste stilist der Nederlandse Letteren." Vorig jaar nam de Limburgse provinciegouverneur Steve Stevaert deze honneurs waar. Hij beschreef Elsschot toen "als een commercant met een socialistische pet." In mei zou er ook nog een feestweekend rond Elsschot komen, maar het blijft gissen naar de invulling daarvan.

zaterdag 30 december 2006

Jean-Christophe Rufin schrijft ecologische thriller

Het Franse literaire jaar kent traditioneel twee piekmomenten. De eerste rentrée littéraire vindt telkens plaats in september-oktober, met die zenuwslopende rush naar de fel begeerde literaire prijzen als de Goncourt en de Grand Prix de l'Académie française. Jonathan Littell en zijn veelbesproken epos Les bienveillantes mocht in het najaar 2006 deze twee pluimen op zijn hoed steken. Maar in januari is er alweer een rentrée, waarin vaak de meer gevestigde namen hun boeken laten verschijnen. Niet minder dan 542 nieuwe Franse (353) en vertaalde (189) romans banen zich in januari en februari 2007 een weg naar de overvoerde Franse lezer, zo telde het vakblad Livres-Hebdo na. Vanaf maart staat de Franse boekenproductie dan volop in het teken van de presidentsverkiezingen en het duel tussen Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal. Vier vroegere Goncourt-winnaars komen in januari met vers werk. Vooral Jean-Christophe Rufin (Prix Goncourt voor Rouge brésil en auteur van Globalia) zou naar verluidt voor polemisch vuurwerk kunnen zorgen met Le parfum d'adam (Flammarion), een thriller die het ecologisch radicalisme op de korrel neemt. Volgens Rufin zouden eco-militanten in de nabije toekomst wel eens de gevaarlijkste terroristen kunnen worden. Drie andere vroegere Goncourt-winnaars zijn eveneens present: Pierre Combescot komt met Faut-il brûler la Galigaï? (Grasset), Paule Constant met La bête à chagrin (Gallimard) en Jacques-Pierre Amette met Un été chez Voltaire (Albin Michel). Er is ook nieuw werk aangekondigd van Jean-Paul Dubois (auteur van het uitstekende Une vie française), Régis Jauffret, Philippe Delerm, Marc Dugain, Marie NDiaye, Eric Holder en de ook in onze contreien populaire Philippe Besson. Verder zijn er liefst 67 debuutromans voorzien, waaronder Pomme Q van Emilie Stone, waarin haar Mac het hoofdpersonage schijnt te zijn. Ten slotte duiken er nogal wat sleutelromans op waarin Franse politici in hun hemd worden gezet. Zie ook dit gedetailleerde overzicht in Le Figaro.

vrijdag 29 december 2006

Postume Franse doorbraak voor Cyriel Buysse?

Wordt de droom van de naturalistische Vlaamse schrijver Cyriel Buysse (1859-1932) om ooit in Frankrijk door te breken, 74 jaar na zijn dood toch nog werkelijkheid? Zo'n vaart loopt het wellicht niet, maar de (her)uitgave van vijf van zijn oorspronkelijk in het Frans geschreven verhalen zou schrijfbaron Buysse ongetwijfeld met bijzonder genoegen vervullen. De eigenzinnige Franse uitgeverij Finitude uit Bordeaux bracht onlangs Les Mauviettes uit, een bijzonder fraai vormgegeven boekje, waarin de Franse zijsprongen van Buysse uit de jaren 1895-1896 met veel zorg zijn gebundeld. De Gentse Buysse-specialiste Prof. Anne Marie Musschoot schreef een inleiding waarin ze ingaat op de ontstaansgeschiedenis van deze verhalen. Deze tranches de vie zijn "primitief" maar ook "mysterieus" én zomen met veel bewogenheid en realisme in op een tot dan toe onderbelicht Vlaanderen. Musschoot herinnert eraan hoe Buysse rond 1890 openlijk droomde van een Franse literaire carrière. Buysse was een groot bewonderaar van Emile Zola en Guy de Maupassant, met wie hij vaak vergeleken is. Drie van de hier gebundelde verhalen (Le cheval, Le baptême, Le garde) verschenen in het Gentse franstalige tijdschrift Le réveil, twee andere (Les grenouilles en Les Mauviettes) respectievelijk in de Parijse bladen La revue blanche en Le magazine international. Buysses Franse escapade bleek toch van korte duur. De vijf verhalen kwamen uiteindelijk in een Nederlandse versie terecht in zijn novellenbundel Uit Vlaanderen (1899), waarna Buysse zich weer toelegde op romans in het Nederlands (waarin de Franse taal steeds een grote rol speelde). Zijn vriend Maurice Maeterlinck wond er nadien echter geen doekjes om: "U hebt er zeer goed aan gedaan om carrément naar uw Vlaamse moedertaal terug te keren". Musschoot wijst erop dat Buysses werk in Frankrijk nooit veel potten heeft gebroken, ondanks een paar schuchtere vertalingen in de jaren twintig (oa. van Tantes). Les Mauviettes is in België verkrijgbaar bij boekhandel Tropismes (Brussel) en Limerick (Gent).

Boekenvak in de ban van nieuwe ISB-nummering

De onopvallende streepjescode achterop elk boek ondergaat vanaf 1 januari 2007 een metamorfose. Het 10-cijferige International Standard Book Number (ISBN) wordt vervangen door een code met 13 nummers. De gemiddelde consument merkt er allicht weinig van, maar de omschakeling zorgt voor de opperste staat van paraatheid in het boekenvak, zo signaleert De Volkskrant vandaag. De omschakeling was noodzakelijk omdat het 10-cijferige ISB-nummer niet meer volstond om alle boektitels te dekken. Met de omschakeling naar 13 nummers wordt nu ruimte gecreëerd voor één miljard extra titels wereldwijd. Elke code zal in eerste instantie worden voorafgegaan door "978", de internationale EAN-productcode voor boeken. Een ISBN-code bestond tot op heden uit vier onderdelen: het landennummer (90 voor Nederlandstalige boeken), het uitgeversnummer, het titelnummer en het controlecijfer. De omschakeling wordt in het boekenvak wel vergeleken met de milleniumwissel, zo zegt Patrick Steenvoorden van het Centraal Boekhuis. Als de omschakeling stroef verloopt, bestaat de kans dat het dataverkeer en in het slechtste geval computers vastlopen, bestellingen verloren raken en bibliotheekbestanden in de soep draaien. Verschillende boekenvaksites geven tips en er is zelfs een klok die de dagen en uren naar de ISBN-wissel aftelt. In totaal doen 160 landen mee aan de ISBN-uitbreiding, waaronder ook België. Op de site van Boekenbank krijgen Vlaamse uitgevers tekst en uitleg bij de wissel. Toch valt bij nazicht van in 2006 verschenen boeken op dat de nieuwe 13-cijferige code al vrij stelselmatig wordt toegepast.

donderdag 28 december 2006

Stefan Brijs maakt literaire televisie

Stefan Brijs, auteur van De engelenmaker en als essayist gestaag in de weer met vergeten schrijvers, gaat voor de Kempense regionale televisie RTV een serie televisieportretten maken. Elke eerste maandag van de maand brengt hij een reportage over een onder het stof geraakte Kempense schrijver, zo meldt De Morgen. De portretten worden een vast onderdeel van Bladwijzer, het tien minuten durende boekenprogramma van RTV [wie niet in de Kempense regio woont, kan het nadien op de site herbekijken]. De eerste aflevering, begin januari, is gewijd aan Remy C. Van de Kerckhove (1921-1958), de dichter-voetballer waarover Brijs in zijn bundel De vergeethoek (2003) al het essay Dichter aan de zijlijn pleegde. Overigens komt er nu ook een Hongaarse vertaling van het veelbesproken De engelenmaker, zo meldt Brijs op zijn website.

Nobelprijswinnares Gordimer in bitter conflict met haar biograaf

De Zuidafrikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares literatuur Nadine Gordimer (°1923) heeft het tegenwoordig niet onder de markt. Nadat de 82-jarige voorvechtster tegen de apartheid eind oktober 2006 in haar huis brutaal werd overvallen (zie hier), rakelt de New York Times een pijnlijk dispuut op met haar zwarte biograaf Ronald Suresh Roberts. De Gordimer-biografie van Roberts, waaraan hij zeven jaar mét haar instemming had gewerkt, zou aanvankelijk verschijnen bij de prestigieuze uitgeverijen Farrar, Straus & Giroux (VS) en Bloomsbury (GB). Maar nadat Gordimer bij de uitgever bezwaren had geuit tegen bepaalde passages (oa. over een liefdesaffaire in de jaren vijftig) werd de publicatie voor onbepaalde tijd uitgesteld. De uitgevers maanden Roberts aan tot revisies, maar die weigerde daarop in te gaan. Uiteindelijk verscheen de biografie No cold kitchen bij de kleine, onafhankelijke zwarte Zuid-Afrikaanse uitgeverij STE. In Zuid-Afrika groeide de onversneden kritische Gordimer-biografie in 2006 uit tot the talk of the town. Het conflict heeft ook een serieuze politieke draagwijdte gekregen, merkt de New York Times op. Steeds vaker komen vroegere blanke anti-apartheidsactivisten in Zuid-Afrika onder vuur te liggen. Biograaf Roberts verwijt "blanke liberal" Gordimer bijvoorbeeld ook "paternalisme" tegenover de zwarte Zuid-Afrikaanse gemeenschap. Volgens Roberts is Gordimer een "autocratische controlefreak". De NY Times is evenwel kritisch ten aanzien van Roberts. Hij zou dubieuze stellingnames innemen rond de AIDS-problematiek en verdedigt de positie van president Mbeki, die ooit durfde beweren dat er geen rechtstreeks verband is tussen HIV en AIDS. Het dispuut tussen Gordimer en Roberts is overigens al een hele tijd gaande. In 2004 pakte ook The Guardian al uit met het verhaal. Aanvankelijk was alles koek en ei tussen Gordimer en Roberts. De biograaf stak haar zelfs geld toe om een kopieerapparaat te kopen, waarmee ze duizenden pagina's documenten, dagboeken en briefwisseling kon kopiëren en mocht haar vergezellen op talrijke reizen. Later sprak Gordimer van misbruik van vertrouwen. Roberts verklaarde in 2004 over Gordimer: "She is supposed to represent freedom of speech but she wanted complete control, tsar-like, which would have turned the manuscript into pious crap." Roberts werkt nu aan een biografie van president Mbeki.

Britse dichter John Heath-Stubbs overleden

Op tweede kerstdag is de Britse dichter, bloemlezer en vertaler John Heath-Stubbs (1918-2006) op 88-jarige leeftijd in Londen aan longkanker overleden. Heath-Stubbs, die in 1973 de Queen's Gold Medal for Poetry kreeg uitgereikt, liet zich in zijn poëzie voortdurend inspireren door klassieke mythologie. In de jaren vijftig gold hij als een veelgeprezen dichter. Vermaard bleef ook zijn epische gedicht Artorius: A Heroic Poem in Four Books and Eight Episodes uit 1973. Tijdens zijn studiejaren in Oxford deelde hij de klas met J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis. Heath-Stubbs was sinds 1978 volledig blind. In een gesprek met The Independent in 1993 benadrukte hij dat hij nog steeds veel behagen schepte in het leven (hij bleef trouwens tot aan het eind dichten), maar hij betreurde het wél dat hij geen tweedehandsboekhandels meer kon afschuimen.

woensdag 27 december 2006

De zaak Bovary, een geruchtmakend literair proces

De belangstelling voor het werk van Gustave Flaubert (1821-1880) verflenst zelden, maar in 2006 was er toch wel sprake van een echte opflakkering. De honderdvijftigste verjaardag van Madame Bovary had daar natuurlijk veel mee te maken. In het voorjaar verscheen er een nieuwe, stevig uitgebalanceerde biografie van de Amerikaan Frederick Brown: Flaubert: A Life. In Nederland kwam het bescheiden Flaubert in Nederland 1870-2005 uit, waarin de Nederlandse Flaubert-receptie werd nagetrokken (zie onze recensie in De Parelduiker, 2006/4) én in november publiceerde de reeks Privé-Domein een verse, alweer hartverheffende selectie uit Flauberts brieven (uit de periode 1857-1880): Geluk is onmogelijk. Zeer onlangs kwam er ook een bibliofiel getint Flaubert-document uit. Onder impuls van juriste Annick Speghelaere en haar bvba Mithril werd het integrale proces rond Madame Bovary door Bart Vonck in het Nederlands vertaald én in een luxe boekvorm gegoten. De Zaak Bovary. Het openbaar ministerie tegen de heer Gustave Flaubert bevat het spraakmakende requisitoir, pleidooi en vonnis uit 1857 rond Madame Bovary. Flauberts roman werd kort na verschijnen beschouwd als immoreel én als een belediging voor de Kerk. Aanklager was Ernest Pinard, die eerder ook al Baudelaire voor Les fleurs du mal had laten veroordelen. Flaubert werd wél vrijgesproken en als succès de scandale was Madame Bovary plots zeer gewild. Deze bibliofiele uitgave van De Zaak Bovary is verluchtigd met rozig speelse tekeningen van Klaartje Schrijvers en gevat in een spierwitte fluwelige hoes, in een vormgeving van Griet van Haute. Een inleiding of een nawoord had deze lovenswaardige editie mogen omkaderen. Het boek kost 85 euro en kan via deze website besteld worden. De bvba Mithril neemt zich voor de komende jaren nog juridisch-literaire bibliofiele uitgaven te brengen. Over censuur gesproken: De Morgen brengt vandaag in zijn boekenbijlage Uitgelezen een stevige bewaarspecial over censuur én literatuur.

Günter Grass krijgt pacifistische Ernst Toller Preis

De Duitse auteur Günter Grass (°1927) krijgt de Ernst Toller Preis 2007 toegekend vanwege zijn "engagement voor de vrede" en zijn "deelname aan het maatschappelijke debat doorheen zijn hele literaire oeuvre". Dat maakte het Ernst Toller Gesellschaft bekend. De Preis wil de brug slaan tussen politiek en literatuur en wordt op onregelmatige tijdstippen toegekend. In 2003 ging hij naar de schrijfster Juli Zeh. Grass, Nobelprijswinnaar Literatuur 1999, stond dit jaar in de vuurlinie omwille van zijn autobiografie Beim Häuten der Zwiebel waarin hij opening van zaken gaf over zijn rol bij de Waffen-SS. Als zeventienjarige trad hij aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als dienstplichtige toe tot het legioen (uitgebreide achtergronden over de affaire in een dossier van de Frankfurter Allgemeine). De Duitse expressionistische schrijver Ernst Toller (1893-1939), naar wie de Tollerprijs ter waarde van 5.000 euro is vernoemd, stond bekend als een levenslang pacifistisch voorvechter en was gefascineerd door massapsychologie. Bekend bleef zijn toneelstuk Hoppla, wir leben! (1927), geregisseerd door Erwin Piscator. Toller, tot in elke vezel anti-nazi, beroofde zich in 1939 in New York van het leven.

dinsdag 26 december 2006

Duiveluitdrijver verwoest Boelgakov-museum

Het Moskouse museum van de beroemde Russische schrijver Michaïl Boelgakov (1891-1940), auteur van De meester en Margarita, is geheel verwoest door een godsdienstfanaticus, zo meldt AFP. Alexander Morozov, die het oeuvre van Boelgakov als "satanisch" beschouwt, liet zich in het pand opsluiten en eiste dat het museum onmiddellijk zou verhuizen. Vervolgens gooide de man in een uitzinnige woede talloze Boelgakov-memorabilia door het raam, waaronder ettelijke, door Russische kunstenaars gemaakte illustraties bij het werk van Boelgakov. Ook de computers moesten eraan geloven. Morozov zag zijn daad als een vorm van "duiveluitdrijving". Satanbestrijder Alexander Morozov voert op zijn eentje al jarenlang een bizarre haatcampagne tegen de nagedachtenis van Boelgakov. Morozov betrekt hetzelfde appartementsgebouw als het Boelgakov-museum en protesteerde destijds al hevig tegen de komst ervan. Het museum is gevestigd in de vroegere Moskouse woning van Boelgakov. In 2004 organiseerde Morozov al een virulente betoging met omwonenden om te verhinderen dat er voor Boelgakov een monument zou worden opgericht. Het project voor het monument werd na het protest door de stad Moskou afgeblazen. Boelgakov is voor de Russische orthodoxe kerk trouwens al een hele tijd kop van jut. Deze bestempelt zijn werk nog steeds als "vervloekt" en "het werk van Satan". De boeken van Boelgakov waren onder Stalin verboden. Pas in 1967 kon een zwaar gecensureerde versie van De meester en Margarita voor het eerst in Rusland gepubliceerd worden. Het nog steeds veelgelezen De meester en Margarita (1940) is een zeer merkwaardige roman, die fantastiek vermengt met satire op de toenmalige Russische samenleving én waarin de duivel en zijn trawanten Moskou bedreigen. Uitgeverij Van Oorschot bracht in zijn Russische Bibliotheek de Nederlandse vertaling.

maandag 25 december 2006

W.G. Sebald, vijf jaar na zijn dood

Vijf jaar geleden, in december 2001, kwam de Duitse cultschrijver W.G. Sebald om het leven bij een auto-ongeluk in Engeland, niet ver van zijn woonplaats Norwich. Het Amerikaanse literaire tijdschrift Bookforum wijdt bij die gelegenheid een dossier aan de auteur van Austerlitz, De ringen van Saturnus en De émigrés, stuk voor stuk meesterwerken, waarin de persoonlijke en de grote geschiedenis met elkaar versmelten, telkens in die zeer kenmerkende, melancholische verteltrant. Mark M. Anderson werkt aan een biografie van Sebald en graaft in de familiegeschiedenis, de Britse schrijfster A.S. Byatt gaat de wortels van Sebalds oeuvre in de Duitse geschiedenis na en Hans Magnus Enzensberger vertelt hoe hij, samen met Franz Greno, als uitgever Sebald in 1987 ontdekte met Nach der Natur: Ein Elementargeschichte. Het was het begin van een lange vriendschap. Hij onthult ook hoe Sebald voor Austerlitz met veel dollars werd benaderd door de New Yorkse literaire agent Andrew Wylie en er een einde kwam aan de samenwerking. Austerlitz werd uitgegeven door gigant Hanser. Maar Enzensberger hield er geen rancune aan over: "The important thing is that a writer's work is able to make its way into the world, and in the end the publisher's name on the cover is a matter of small importance." In het steeds meer dan lezenswaardige Bookforum deze maand verder ook een interview met Gore Vidal en een blik in de boekenkast van Paula Fox.

zondag 24 december 2006

Kenzaburo Oë verzoent zich met Frankrijk

De Japanse schrijver Kenzaburo Oë (°1935), Nobelprijswinnaar Literatuur 1994, heeft lange tijd geweigerd om nog een voet op Franse bodem te zetten. Als pacifist en destijds fel tegenstander van de kernproeven van president Chirac vond hij dat de logica zelve. Vanwege die démarche moest hij kille reacties van bijvoorbeeld Claude Mauriac trotseren. Oë, auteur van Het eigen lot (1964), staat nochtans bekend voor zijn grote voorliefde voor de Franse cultuur. Hij studeerde Frans aan de universiteit van Tokio en maakte een thesis over Jean-Paul Sartre. Oë heeft in Japan ook steeds geageerd tegen de veramerikanisering, iets wat de Fransen als muziek in de oren klonk. Maar zie, na een uitnodiging voor een eredoctoraat in 2005 en een Franse onderscheiding werden de plooien gladgestreken (terwijl Chirac nog wel aan de macht is) en reisde Oë weer naar Frankrijk. Het Franse weekblad Le Point heeft deze week, onder de titel L'ode à la France, een diepgaand interview met Oë, waarin hij zijn grote liefde voor intellectueel Frankrijk bekent. Hij beroert ook heel wat andere thema's. Collega's Haruki Murakami en Banana Yoshimoto, dé twee internationaal bekendste Japanse auteurs van het moment, port hij aan tot meer maatschappelijke profilering en morele stellingnames (een oud stokpaardje van Oë).

De lezende vrouwen van Jan De Maesschalk

Illustrator en kunstenaar Jan De Maesschalk (°1958) heeft een zwak voor lezende, in zichzelf gekeerde vrouwen. Adepten van de boekenbijlage van De Morgen weten dat al langer. Vrijwel elke week is het uitkijken naar de fijnzinnige, melancholische illustratie waarmee hij de Uitgelezen-pagina's van zijn handtekening voorziet. Nu is er een boek waarin al dat fraais is samengebracht: De sublieme alleenheid bevat een selectie van de schilderijen en aquarellen die hij voor De Morgen en het ter ziele gegane Tijd-Cultuur maakte (een titel die herinnert aan die gave KMSK-tentoonstellingscatalogus uit 1993: Het sublieme gemis én ook wel aan Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen). De Maesschalks werk is aanzienlijk beïnvloed door Edward Hopper en doet herhaaldelijk denken aan de boekbeelden van de Duitser Quint Buchholz, maar toch is zijn melancholie nooit écht droefstemmend. Daarvoor houdt hij te zeer van een ijle, soms zelfs zwoele lichtheid. Rudy Vandendaele, die het werk mag becommentariëren, schrijft dat De Maesschalks vrouwen "verdiept [zijn] in een parallelle wereld, verdronken met behoud van adem. Zo gelukkig mogelijk, in een zelfgekozen eenzaamheid" en noemt hem "een autonome planetoïde." De sublieme alleenheid is uitgegeven bij stripuitgeverij Oogachtend en bevat ook omlijstende essays van Bernard Dewulf, Jeroen Laureyns en Marc Ruyters. Op de website van het Radio 1-cultuurprogramma Neon kun je een recent gesprek horen met Jan De Maesschalk over zijn boek.

zaterdag 23 december 2006

Oostende en de zee in de Nederlandse literatuur

De Cultuurdienst van de stad Oostende nam het initiatief tot een bloemlezing met Nederlandstalige literaire teksten over de stad en de zee. Dat bleek een rijke oogst op te leveren. Onder de wat obligate titel Aan dezelfde zee. Oostende in de Nederlandse literatuur hebben samenstellers Tom Sintobin en Koen Rymenants (K.U.L. subfaculteit Literatuurwetenschap) onder meer teksten van Louis Couperus, Eric de Kuyper, Charlotte Mutsaers en Willem Frederik Hermans verzameld en toegelicht. Hermans? Jawel, want die breidde zijn bundel Moedwil en misverstand (1948) in 1961 uit met het verhaal Samen naar Oostende. Het 238-pagina's tellende, ruim geïllustreerde boek kost 25 euro en is vanaf heden verkrijgbaar bij de Cultuurdienst van Oostende en in de Oostendse boekhandels. Naar aanleiding van Aan dezelfde zee maakt Tom Sintobin op donderdag 28 december 2006 een eenmalige literaire groepswandeling door Oostende. Maximum 25 personen kunnen mee. Over Oostende en de Duitse exilliteratuur publiceerde literair journalist Mark Schaevers in 2002 trouwens de voortreffelijke reconstructie Oostende, de zomer van 1936 (uitgeverij Atlas), toen Egon Erwin Kisch, Joseph Roth, Irmgard Keun en Stefan Zweig op de vlucht voor Hitler elkaar in Oostende troffen.

Beelden van schrijvershanden

Schrijvershanden, dat is het ongewone maar intrigerende onderwerp van een tentoonstelling in het Institut Français te München. De fotografe Annie Assouline, onder meer werkzaam voor het tijdschrift Marianne en het agentschap Opale, bracht de voorbije jaren zeventig schrijvers voor de lens en vroeg hen telkens om te mogen inzomen op hun instrumentarium: de handen die de pen vasthouden (of de schrijfmachine en toetsenbord betokkelen). Naar aanleiding van de expo ontlokte Le Nouvel Observateur aan 11 schrijvers een korte bespiegeling over de verhouding met hun "handen". Onder andere Olivier Rolin, J.M.G Le Clézio, Marie Ndiaye, Régis Jauffret, Benoîte Groult en Erri di Luca schreven (mét de hand..) een kattebelletje. De tentoonstelling in München loopt van 18 januari tot 16 maart 2007. Eerder maakte Assouline ook al een portrettenreeks over "arbeidershanden".

vrijdag 22 december 2006

Houellebecq neemt Rem Koolhaas onder de arm

De Franse auteur Michel Houellebecq (°1958) is dan toch werk aan het maken van de verfilming van zijn kloonroman La possibilité d'une île (Mogelijkheid van een eiland). Deze zomer waren er giftige strubbelingen over de financiering van het project tussen Houellebecq en zijn uitgever (zie hier). Nu is alvast het budget van 5 à 6 miljoen euro rond. Houellebecq treedt ditmaal zélf op als regisseur en heeft de beroemde Nederlandse architect REM Koolhaas geëngageerd als decorontwerper. Na een eerste gesprek gaf Houellebecq hem een foto mee van "een geïntegreerd circuit", een duister beeld dat Koolhaas zou moeten inspireren. Het Franse enfant terrible wil slechts "een poëtisch gedeelte" van de roman verfilmen, bericht Les Inrockuptibles deze week, en heeft hoofdzakelijk een science-fictionfilm voor ogen. Omdat de decors zo belangrijk zijn, beijvert Houellebecq er zich voor dat de Koolhaas-ornamenten nadien in een kunstgalerie worden tentoongesteld. En toch wordt het uitkijken voor teveel flou artistique, me dunkt. Eerder al regisseerde Houellebecq de oeverloos saaie erotische kortfilm La Rivière (2001) waarin het gesteun en gehijg van welgevormde dames in een zomers struikgewas eerder geeuwverwekkend was (en het was écht wel een kortfilm). Voor zijn nieuwe film heeft Houellebecq voor de vrouwelijke rol een Afrikaanse actrice in gedachten. De opnames starten in april, in Spanje én België.
Dichter bij huis is er ook literair verfilmingsnieuws: regisseur en mediavlieg Jan Verheyen zou dan toch geïnteresseerd zijn om Los van Tom Naegels te verfilmen (je zou voor minder je hart vasthouden) én Koen Mortiers verfilming van Ex-drummer (van Herman Brusselmans) is geselecteerd voor het filmfestival van Göteborg.

Kinderboekenauteur in de clinch met Amazon

De Britse kinderboekenauteur George Walker voert een éénmansstrijd tegen de steeds sterkere greep van onlineboekhandel Amazon op de boekenverkoop. Hij heeft Amazon UK gevraagd de verkoop van zijn eerste kinderboek Tales from an airfield stop te zetten, zodat lezers het via de zelfstandige boekhandels moeten betrekken, zo meldt The Guardian. Walker was furieus op Amazon UK omdat deze ongevraagd zijn boek in hun bestand hadden opgenomen, nadat het in een aantal boekhandels onverwacht goed begon te verkopen. "Wanneer een boek een zekere mate van aandacht begint te krijgen, stuurt Amazon er op aan om het boek in stock te halen en de onafhankelijke boekenzaken de pas af te snijden. Niet met mijn boek!", zo zegt Walker ferm. De kritiek op de soms drieste praktijken van Amazon zwelt aan in Groot-Brittanië. "Het is niet omdat ze een grote speler zijn, dat ze de regels niet moeten respecteren", vindt Nick Goulding van het Forum of Private Business (FPB), een belangenorganisatie die de strijd van Walker ondersteunt. Amazon zélf snapt er intussen niks van. Hoofd-boekeninkoper Kes Nielsen zegt dat het "een behoorlijk ongewone situatie" is, want "miljoenen auteurs en duizenden uitgevers zijn meestal zeer verguld met de opname van hun boeken op onze site". Walker, die zijn boek kleinschalig uitgaf, is niet van plan om het hierbij te laten en kondigt een lange strijd aan voor de onafhankelijke boekhandel. Op zijn website staat zijn adagium: "We directly support independent bookshops, and will not sell to wholesalers or to large chain discount bookstores." Zijn boek prijkt intussen wél nog op... Amazon.

donderdag 21 december 2006

Literaire lijstjes bij de vleet

De literaire lijstjesmanie en terugblikrage grijpt in december steeds vroeger wild om zich heen. Elk zichzelf respecterend medium brengt dezer dagen beste boekenlijstjes en verduiveld, we lezen ze nog ook. In de boekhandel zie je trouwens opvallend veel bezorgd kijkende lieden een krantenknipsellijstje opdreunen tegen de winkelbediende. Het gaat om stoutmoedige pogingen om alsnog de leesachterstand voor 2006 weg te werken. De alerte VPRO-boekenredactie verzon een aardige vorm voor zijn jaaroverzicht en vatte 2006 in "zinnige en minder zinnige lijstjes" met onder meer "dikke fictie" en "literaire afknappers". NRC-Handelsblad had vorige week vrijdag al zijn boekenoverzicht klaar. Elke medewerker kon drie favoriete boeken noemen. Enkel Tirza van Arnon Grunberg kreeg meer dan drie vermeldingen. Ook de autobiografie van Joachim Fest (Ich nicht), de literatuurgeschiedenis van Frits van Oostrom (Stemmen op schrift) en het Midden-Oostenboek van Joris Luyendijk (Het zijn net mensen) bleven bij veel recensenten in het geheugen hangen. En hoe zat dat dit jaar nou weer met die Vlamingen-hausse in Nederland? Die is kennelijk al overgewaaid. Want van de 108 opgesomde boeken in de NRC-lijstjes zijn er slechts vijf afkomstig van Vlamingen: Hugo Brems' literatuurgeschiedenis Altijd weer vogels die nesten beginnen, Dimitri Verhulst met De helaasheid der dingen, jeugdauteur Marita de Sterck, Kristien Hemmerechts met het nochtans matige Als een kinderhemd en ook francofiel Bart van Loo met Parijs retour. In de Angelsaksische jaaroverzichten doet Philip Roth het dan weer uitstekend met Everyman, net als het boek van Irène Némirovsky, Suite française, een zeer lucide getuigenis over Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog door een in 1942 in Auschwitz omgebrachte Russisch-Joods-Franse schrijfster. Meer dan zestig jaar lang sluimerde het manuscript in de koffers van haar dochter Denise Epstein. Pas in 2004 gaf zij de tekst vrij voor publicatie. Suite française ontving in 2004 postuum de prestigieuze Prix Renaudot. Vorig jaar verscheen het boek al onder de titel Storm in juni in het Nederlands bij De Geus. In The Times prijkt Suite française resoluut bovenaan de lijst. Nog meer beklijvende boeken 2006 in The Times, The Guardian en The Washington Post.

Richard Minne herdrukt, Anton Tsjechov gehekeld

Het (toch min of meer) Verzameld werk van Richard Minne is kort na verschijnen al aan zijn tweede druk toe, zo meldt uitgeverij Van Oorschot trots. Dat is behoorlijk verrassend, want Minne is bij leven en dood nimmer een verkoopskanon geweest – voor zover zijn werk al in behoorlijke edities beschikbaar was. De Verzamelde Verhalen (1996) verkochten moeizaam en Marco Daanes biografie De vrijheid nog veroveren (2001) ligt al een tijdje fraai te wezen in de ramsj (zie ook hier). Heeft de grote persaandacht voor het Verzameld Werk er iets mee te maken of is de tijd rijp voor een Minne-revival? Lees hier bijvoorbeeld deze bespiegeling van Erwin Mortier uit De Volkskrant. Volgens hem was Minne "de eerste anarchist in onze letteren." Minne was een groot bewonderaar van Anton Tsjechov en vergastte een bezoeker in 1954 aan zijn voordeur met de woorden: "awel, u bent de uitgever van Tsjechov, komt u binnen". Die bezoeker was Geert van Oorschot, die zijn Russische Bibliotheek inderdaad met Deel 1 van de verzamelde werken van Tsjechov liet starten. Meer dan een halve eeuw later verscheen het derde deel van de verzamelde verhalen van de grootmeester op de korte baan. Er blijven nog twee delen van de bejubelde nieuwe vertaling te gaan. De schrijver van De meeuw krijgt intussen verrassende soorten aandacht. Het Rotterdamse theatergezelschap Ro theater herneemt Tsjechovs vroege stuk Platonov en in de laatste zondagseditie van de Frankfurter Allgemeine Zeitung spreekt Marcel Reich-Ranicki, de bijna 87-jarige knuppel in het Duitse letterenhok, opnieuw met onrustwekkend mededogen over de Rus: "Het fundament van Tsjechov is het zwijgen. Hij toont de mens die in zijn kwelling verstomt." In Siberië steken ze intussen ferm de draak met Tsjechov. In de stad Tomsk is zowaar een standbeeld opgericht om Tsjechov belachelijk te maken. Het stelt “een weke stadsnerd met bril, platvoeten en een dikke jas” voor, zo rapporteert NRC-correspondent Coen van Zwol op zijn Moskou-blog. Het is een late revanche van Tomsk op Tsjechov die tijdens een passage het "Athene van Siberië" “een saaie stad” en “een hel” noemde. “De stad is alleen opmerkelijk omdat er zoveel gouverneurs doodgaan.” Tja. Tsjechov leeft, zoveel is zeker. Of om het met Minne te zeggen: ‘Ik denk aan Tchekof/waar ik loof trek of/Tobbie melk. Altijd./Weemoedigheid.’ (Dirk Leyman/Hans Cottyn)

Ex-woordvoerder Berlusconi knoeide met tekst Tabucchi

De vroegere woordvoerder van Silvio Berlusconi, Giuliano Ferrara, is gisteren veroordeeld tot een boete van 10.000 euro omdat hij in zijn krant Il Foglio een artikel heeft afgedrukt van de bekende Italiaanse schrijver Antonio Tabucchi, zonder dat die hem daarvoor de toelating had gegeven. Het artikel was in feite bestemd voor Le Monde. Het ging om een vrije tribune met de titel "Fatwa op zijn Italiaans". Ferrara, directeur van Il Foglio, zou de tekst van een eindredacteur van Le Monde hebben ontvangen, zo wees het onderzoek uit. Naast de 10.000 euro moet Ferrara ook 12.000 euro betalen aan Tabucchi én 3.000 euro gerechtskosten ophoesten, zo meldt AFP.

woensdag 20 december 2006

Drie literaire 'mopperkonten'

Het Nederlandse opinieweekblad HP/De Tijd, dat met de steeds lezenswaardige Max Pam in de rangen zijn literair peil nog wel eens hoog weet te houden, zette vorige week drie vooraanstaande Nederlandse literatuurcritici rond de tafel. Arjan Peters (De Volkskrant), Pieter Steinz (NRC-Handelsblad) en Arie Storm (Het Parool) mochten vrijuit kissebissen over zin en onzin van de literatuurkritiek, de vraag of "recensenten het wel zo fijn vinden om een boek negatief te bespreken" en welke criteria ze zoal hanteren. Regelmatig vlogen de heren elkaar in de haren en ook de "kankerporno" en "gesneden glijkoek" van Kluun werd door de mangel gehaald. Niettemin: voor wie wil gluren in de keuken van de literatuurcriticus is het door Ad Fransen gemodereerde gesprek verplichte lectuur. Over het literair opvoeden van lezers zegt Peters: "Er zit automatisch iets missionarisachtigs aan ons vak, want je schrijft over boeken die helemaal niet stroken met de bestsellerlijsten. [...] Eigenlijk vertel je als criticus: Dit is er ook nog!" Storm, die in Het Parool regelmatig op een onnavolgbare manier als een houwdegen tekeer gaat, heeft "niet zo'n hoge pet op van het leesgedrag van mensen". Steinz, chef NRC-boeken, gelooft in schema's die de lezers "op het spoor brengen van boeken [..] die aan elkaar verwant zijn": hij is de initiator van de leesgids Lezen & cetera en heeft de vondst ook in de NRC Boeken geïmporteerd, waar je intussen over de schema's en kadertjes struikelt. Commentaar van Peters: "Pieter doet met die schemaatjes ook net alsof literatuur een rekensom is. Als je die en die schrijver bij elkaar optelt, dan komt die eruit. Dat stuit me tegen de borst." De gemoederen laaien hoog op als het over Frénk van der Linden en De steniging gaat, door Storm gedecimeerd: "Sorry, maar we leven in harde tijden waarin soms sprake is van literaire oorlogsvoering." Over debutanten zegt Peters dat ze meer tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen: "Debuten worden klakkeloos gelanceerd", wat Storm beaamt: "Die schrijvers zijn zelf vaak ook heel erg overtuigd van hun talent, terwijl het allemaal lucht en hoogmoed is. Op die arrogantie, luiheid en vooral onkunde probeer ik in mijn recensies wel de vinger te leggen." Vrij grote eensgezindheid heerst over de inzet van een recensie:"volle ernst" maar liefst plezierig geschreven. En helemaal "niet leuk [is het] om een gemiddelde recensie te schrijven waaruit blijkt dat het boek je niet heeft geraakt", benadrukt Steinz. Het interview besluit met een revelatie van Storm over Freek de Jonge, die na diens barslechte recensie van Door de knieën Storm toesiste dat hij "hem graag op zijn bek wil slaan." Of hoe recenseren echt wél gevaarlijk kan zijn.

Turkse schrijfster vrijgesproken van "belediging" Atatürk

De Turkse schrijfster Ipek Calislar, die onlangs een biografie publiceerde van de vrouw van Mustafa Atatürk, is door een Turkse rechtbank uiteindelijk dan toch vrijgesproken. Calislar had in haar boek onthuld dat Ataturk, de Turkse vader des vaderlands, ooit een chaddor had aangetrokken om aan een moordcomplot te ontkomen. Zij was daarvoor aangeklaagd omdat de onthulling als een ernstige belediging van de Turkse staat werd opgevat, volgens artikel 301 en 305 van de Turkse strafwet. De biografe riskeerde vier jaar gevangenisstraf. "Atatürk maakte deze beslissing op een kritiek moment in zijn leven, en dit was een succesvolle beslissing", heeft Calislar in oktober over de zaak gezegd. Fragmenten uit haar boek werden ook gepubliceerd in de populaire krant Hurriyet. Turkije heeft op basis van de wet al vaker schrijvers en journalisten vervolgd, waaronder Nobelprijswinnaar literatuur Orhan Pamuk en de schrijfster Elif Shafak. De Europese Unie heeft er bij Turkije al herhaaldelijk op aangedrongen wetten die ingaan tegen de vrijheid van meningsuiting op te heffen. Vandaag raakte trouwens bekend dat een rechtbank in Istanbul de uitgever en vertalers van de Turkse versie van een boek van Noam Chomsky eveneens hebben vrijgesproken, nadat zij eerst waren aangeklaagd voor "het aanzetten tot haat", zie Le Monde.

De aroma's van de literatuur (bis)

De geur van (én in) boeken, het is de laatste tijd blijkbaar een razend populair onderwerp. De Britse academica Lara Feigel laat dezer dagen een boek op de wereld los waarin ze op zoek gaat naar de neus in de literatuur: A Nosegay: A Literary Journey from the Fragrant to the Fetid (Old Street Publishing). Ze vindt dat intellectuelen te vaak de neus ophalen voor de genoegens en fijnste nuances van ons edele reukorgaan: "It is time we rediscovered our noses." Ze turfde de wereldliteratuur op zijn aromatische kwaliteiten of zijn kwalijke geurtjes. In The Guardian mag Feigel haar top tien van "smelly books" opstellen. Marcel Proust voert - niet onbegrijpelijk - de ranglijst aan met A la recherche du temps perdu en zijn uitzonderlijk talent om geur in al zijn nuances te vatten. Scoren eveneens hoog: Het Parfum van Patrick Süskind, Les Fleurs du Mal van Charles Baudelaire en L'Assommoir van Emile Zola. George Orwell wordt dan weer geloofd vanwege zijn talent (in onder meer The Road to Wigan Pier) om de geuren van de lower classes te traceren. Dé geurbijbel blijft intussen het fenomenale werk van de Fransman Alain Corbin, Le miasme et la jonquille uit 1982 (Ned. vertaling Pestdamp en bloesemgeur: een geschiedenis van de reuk, SUN, 1986), overigens ook een baanbrekend stuk mentaliteitsgeschiedenis én de opmaat voor Süskind. Maar waarom ontbreekt Luigi Pirandello's Iemand, niemand en honderdduizend, waarin een man op een ochtend denkt dat zijn neus scheef staat, wat zijn leven vervolgens geheel ontregelt? Arnon Grunberg, groot Pirandello-adept, schreef er ooit dit stuk over.

dinsdag 19 december 2006

Cees Nooteboom maakt literaire grafreizen

Cees Nooteboom, internationale coryfee van het literaire reisboek, heeft zich de laatste jaren ontpopt tot funerair toerist. Als alles goed gaat verschijnt begin maart bij Atlas de Nederlandse versie van zijn nieuwe boek Tumbas, graven van dichters en denkers, dat dit najaar al in Duitsland bij uitgeverij Schirmer Mosel is uitgekomen. Daarin maakt Nooteboom (°1933), samen met zijn levenspartner en fotografe Simone Sassen, een mondiale rondreis langs zijn "geliefde doden". De route leidt onder meer langs de graven van Keats en Shelley in Rome, de tomben van Thomas Mann, James Joyce en Elias Canetti in Zürich en natuurlijk ook naar Père Lachaise in Parijs waar Balzac, Proust en Nervals restanten pleisteren. Nooteboom voert een soort tweegesprekken met deze auteurs, wiens grafstenen hem ook tot poëzie verleiden. In Magazine Littéraire van oktober jl. liet hij al een aantal anecdotes optekenen over dit langdurige project dat hem zelfs op Samoa bracht, bij de laatste rustplaats van R.L. Stevenson. Hij verbaast zich over de vreemde vormen van schrijversadhesie: "Op het graf van Beckett vond ik een politieroman en op de steen van Machado de Assis stond er een brievenbus, volgestouwd met berichten in enveloppes." Op deze pagina van Schirmer Mosel kun je een paar foto's bekijken. Nooteboom treedt met Tumbas enigszins in het voetspoor van Boudewijn Büch, die ooit het boekje Grafreizen maakte. Zie over literaire tomben ook dit eerdere DPM-bericht.

Grote namen op shortlist Herman de Coninck-prijs

Vandaag is de shortlist bekendgemaakt van de Herman de Coninck-prijs, een nieuwe poëzieprijs ter waarde van 6.000 euro, onlangs in het leven geroepen door Boek.be. Voor de prijs, die de nagedachtenis van De Coninck wil eren, komen uitsluitend Vlaamse dichters in aanmerking, al is voor Joke van Leeuwen (die in België woont) kennelijk een uitzondering gemaakt. De tien, vrij prestigieuze, kandidaten zijn Bernard Dewulf (Blauwziek), Charles Ducal (In inkt gewassen), Peter Ghyssaert (Kleine lichamen), Stefan Hertmans (Kaneelvingers), Peter Holvoet-Hanssen (Spinalonga), Roland Jooris (Als het dichtklapt), Els Moors (Er hangt een hoge lucht boven ons), Erwin Mortier (Uit één vinger valt men niet), Leonard Nolens (Een dichter in Antwerpen) en Joke Van Leeuwen (Wuif de mussen uit). Opmerkelijk is dat de lijst één debutante bevat én dat alle bundels verschenen bij Nederlandse uitgevers. De keuze van de jury onder voorzitterschap van Pat Donnez gebeurde uit 82 inzendingen. De jury bestaat verder uit Piet Piryns, Marc Reynebeau, Lieve Coppens en Guido De Bruijn. De prijs omvat twee bekroningen: de Herman de Coninckprijs voor beste dichtbundel en een prijs voor het beste gedicht, waarvoor het publiek mag stemmen. De laureaten worden bekendgemaakt op woensdag 24 januari 2007 in de Bourlaschouwburg te Antwerpen. Vanaf 2008 zouden misschien ook Nederlandse auteurs in aanmerking komen voor de onderscheiding.

Nederlandse letterentijdschriften gedigitaliseerd

De uitgeverij Arik, gespecialiseerd in het digitaliseren van historische seriewerken, heeft tien Nederlandse negentiende-eeuwse taal- en letterentijdschriften op DVD geplaatst, zo meldt de website Onze Taal. Het gaat om meer dan 38.000 bladzijden met artikelen over etymologie, woordvorming, grammatica, spelling en bijdragen over tal van letterkundige onderwerpen. De DVD bevat onder meer De Taalgids (1859-1867) en opvolger Taal- en Letterbode (1870-1875), Noord en Zuid (1877-1907), "een zeer gevarieerd tijdschrift ten behoeve van onderwijzers" en Taal en letteren (1891-1906). Eerder bracht Arik al een DVD uit met honderd jaargangen van het ooit vooraanstaande culturele en literaire tijdschrift De Gids.

Bohumil Hrabals meesterwerk verfilmd

Na tien jaar muizenissen rond de auteursrechten heeft de bekende Tsjechische regisseur Jiri Menzel onlangs dan toch zijn verfilming van het beroemdste boek van de legendarische Bohumil Hrabal (1914-1997) kunnen afwerken. Ik heb de koning van Engeland bediend ging gisteren in première in Praag, zo meldt AFP. Ik heb de koning van Engeland bediend (1976) wordt alom als het meesterwerk van de Praagse vagebond met de anarchistische en wendbare pen beschouwd. Het is een lichtelijk surrealistisch verhaal barstensvol over elkaar tuimelende anecdotiek waarin een vief kelnertje zich onder wisselende autoriteiten (Masaryk-regime, Duitse bezetting, communistisch bewind) poogt staande te houden. De spraakzame kelner gaat er prat op dat hij ooit eens de Ethiopische keizer Haile Selassie mocht bedienen. Hrabal zelf wist trouwens ook telkens aan de censuur te ontglippen, hoewel hij niet schroomde om met veel onderduimse humor zijn land te kapittelen. "Het was onmogelijk om alle situaties van het boek op het scherm te behouden, maar ik heb wel de geest van dit unieke werk willen bewaren", zo zei Menzel op een persconferentie. Onder andere de Duitse topactrice Julia Jentsch, bekend van The Edukators en Sophie Scholl, speelt een rol in de verfilming. Menzel maakte in 1967 al een fel bejubelde Hrabal-verfilming met Zwaarbewaakte treinen, waarmee hij toen de Oscar voor de beste buitenlandse film won. Hrabal, wiens verzameld werk 19 delen omvat en die ook in onze contreien als cultschrijver geldt, overleed in 1997 na een val uit een ziekenhuisraam. Het is nooit opgehelderd of het om een zelfmoord of een ongeval ging. Een portret van de schrijver vind je hier.

maandag 18 december 2006

Benedikt Taschen, the sky is the limit

U hebt er vast al even een - al dan niet achteloze - blik op geworpen in de boekhandel: het hoge Eiffeltorenboek, La Tour de 300 mètres, van de Duitse uitgeverstycoon Benedikt Taschen, die dezer dagen trouwens niet minder fors uitpakt met The Big Book of Breasts. Meer en meer spitst de Duitse kunstboekengigant, die voortdurend succesvol nieuwe terreinen uitprobeert, zich toe op boekprojecten op groot formaat. Zie ook naar de Atlas Maior en het integrale werk van Leonardo da Vinci. De 25-jarige uitgeverij wedt op vele paarden. Niet enkel porno-chic, fotografie en film maar ook eeuwenoude kunst en architectuur wordt toegankelijk gemaakt voor de massa's. Maar tegelijk mikt de gehaaide Taschen ook op de rijke beurs met abondante, vaak protserige boeken die geen enkel ander doel hebben dan epateren. Binnenkort staat het road-dagboek van the Police te verschijnen én foto's van Peter Beard (prijs 4.000 euro voor de eerste 250 exemplaren). Het verhaal achter het Eiffeltorenboek is niettemin wonderlijk: een van Taschens researchers stuitte een paar maanden geleden in een Londens antiquariaat op een zeldzame portfolio van Gustave Eiffel uit 1900, met daarin alle plannen van de toren. Taschen begreep meteen dat hij goud in handen had en gaf onmiddellijk het fiat tot de productie van 5.000 exemplaren. Hij bepaalde een relatief goedkope prijs van 99,99 euro. Het bleek een helse klus om het boek op het ongewone formaat gedrukt te krijgen. Zopas opende Taschen een nieuwe zaak in Londen, binnenkort gaat er ook een vlaggenschipwinkel open in New York. Benedikt zelf blijkt overigens een onvervalste controlefreak, aldus het tijdschrift Lire. Vanuit zijn Chemosfeer, hoog in de heuvels van Hollywood, houdt hij nauwlettend het zakencijfer in de gaten én stuurt hij bij waar nodig. Toch blijft hij vooral op intuïtie uitgeven. Hij beslist heel snel of een boek levensvatbaar is en houdt intens persoonlijk contact met zijn auteurs. De schrijver van de Eiffeltoren-inleiding had amper drie dagen na het inleveren van zijn tekst al een waarderend bericht van Taschen himself in de mailbox. Alle details in dit uitstekend én scherpzinnig portret van Benedikt Taschen in Lire.

Reptielenmuseum wordt megaboekhandel

De Nederlandse boekhandelketen Selexyz, die zich de laatste tijd sterk profileert, heeft in Maastricht een indrukwekkende nieuwe vestiging geopend. Daar is een 13e-eeuwse Dominicanenkerk, die een tijdlang in gebruik was als reptielenmuseum, fietsenstalling en carnavalstempel, door het vooraanstaande architectenbureau Merkx+Girod omgebouwd tot een gigantische boekhandel, meteen één van de grootste van Nederland. De zaak heeft 25.000 boeken in voorraad, ondergebracht in 135 kasten. Literatuur is daarbij ruim bedeeld. Aantrekkingspool is een drie verdiepingen tellende 'boekenflat'. NRC-Handelsblad werd vrijdag jl. bijna lyrisch in haar verslaggeving: "Bladerend door een self-help boek kan de boekenkoper nu op tien meter hoogte zijn ogen laten afdwalen naar de pas gerestaureerde fresco's op het plafond. Een sacrale ervaring." Koffie kan geconsumeerd worden in een vroeger priesterkoor. Intussen schijnen nieuwsgierige architecten de lezers al voor te zijn en komen ze van heinde en verre de winkel bezoeken. Volgens de krant is de megazaak ook de tweede Nederlandse boekhandel die gebruik maakt van RIFD-tags: "door middel van een chip die op elk boek is aangebracht kan in een mum van tijd de locatie van een boek worden vastgesteld". Een inventaris kost op die manier slechts twee uur.

zondag 17 december 2006

Britse lezers storten zich massaal op Latijn

De Britse lezers zijn dezer dagen volop in de ban van een boek waarmee je licht & luchtig zélf Latijn kunt leren. Verwacht wordt dat het specimen onder talloze kerstbomen zal prijken. Het niet overal even gunstig onthaalde Amo, Amas, Amat... And All That: How to Become a Latin Lover van Harry Mount (tot voor kort correspondent van The Daily Telegraph in New York) is op kousenvoeten de bestsellerlijsten binnengeslopen en is daar nu met geen stokken meer weg te slaan, zo berichten zowel The Independent als The Guardian. Ook in de Verenigde Staten is de interesse voor de oude taal hoog opgelaaid. Oorspronkelijk waren slechts 4.000 exemplaren van het boek gedrukt, maar tegenwoordig struikel je bij Waterstones en W.H. Smith over de stapels. De kranten speculeren nu op een gelijkaardige hype als rond het leestekenboekje van Lynne Truss, die met Eats, Shoots and Leaves de juiste plaatsing van komma's en uitroeptekens tot een staatszaak uitriep en er steenrijk mee werd. Ze verkocht wereldwijd drie miljoen exemplaren van het ding. Bovendien kreeg ze een klad leestekenepigonen in haar kielzog. Auteur Mount, zelf verbaasd over de hoge vlucht van zijn pennevrucht, zoekt een wankele verklaring in het feit dat "people more and more long to hold on to serious things, and old things". Het boekje van Mount wil Latijn oplepelen zonder een centje pijn. Bovendien, suggereert hij, geeft een toefje Latijn in de mondbagage je een zekere klasse mee. De eerste zin die de lezers in het Latijn kunnen leren is: "Paul Gascoigne beat his wife Sheryl."

zaterdag 16 december 2006

Eroticacollectie haalt hoge prijzen

Zoals verwacht heeft de veiling van de verzameling erotische boeken, manuscripten en prenten van de Zwitserse bankier Gérard Nordmann hoge ogen gegooid (zie ons bericht donderdag jl.). De veiling bij Christie's in Parijs bracht bijna 5,7 miljoen euro op. Volgens het veilinghuis is dat "het hoogste bedrag in meer dan dertig jaar tijd voor een verzameling erotische teksten" Het ging om zeer hoogwaardig materiaal uit de periode tussen 1527 en 1975 met erotische teksten, soms omlijst met grafiek, van Aretino, Flaubert, de Sade, Louÿs, Voltaire, Verlaine, Rimbaud en zelfs Queneau. De Bibliothèque Nationale de France deed een paar stevige aankopen.

Proeven van Turks fruit

Het live boekenprogramma van De Morgen en kunstencentrum Vooruit snoept komende dinsdag van Turks fruit. Turkse literatuur staat centraal in de laatste editie van 2006, opnieuw in de balzaal van de Gentse Vooruit. Speciale gasten zijn Slimste Mens en politicus Selahattin Koçak en theater- en filmactrice Natali Broods (uit onder meer Een ander zijn geluk, Anyway the wind blows…). Zij debatteren, samen met de vaste panelleden, over Het Luizenpaleis van Elif Shafak, Istanbul van Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk en Granaatappelboom van Yasar Kemal. Alle info via www.vooruit.be, de dag erna slaat het evenement zijn tenten op in Passa Porta te Brussel. Fien Sabbe modereert, intermezzo's komen er van de cartoons van ZAK, geprojecteerde foto’s van De Morgen-fotografen én wereldmuziek van het duo Melike Tarhan & Osama Abdulrasol. Het geheel kadert in het Vooruit-festival Istanbul Express. Meer info hier over de boeken op tafel.

vrijdag 15 december 2006

Hafid Bouazza en de gevaren van de roes

Het Nederlandse weekblad Vrij Nederland pakt deze week uit met een themanummer over de impact van alcohol en daarin mag uiteraard ervaringsdeskundige en schrijver Hafid Bouazza niet ontbreken. Na allerhande experimenten met geestesverruimende middelen kiest hij tegenwoordig vooral voor de drank vanwege de meest "vruchtbare resultaten". Een daarvan moet een binnenkort te verschijnen bloemlezing en standaardwerk over de 'roes' zijn. Helaas, zo meldt Bouazza, in het vermakelijke interview waarin hij zijn verslavingsdrang ontleedt, loopt Roes enige vertraging op. "Doordat Yves van Kempen, met wie ik het boek samenstel, onder invloed van de trap viel en zijn kaak brak, zal het begin 2007 worden". De schrijver van Paravion blijft zich sterk maken dat het boek een referentiewerk over de roes in de letteren, kunsten en film wordt. Het is enerzijds encyclopedisch van aard, met een inventaris van drugs en hun doorwerking in de kunsten, anderzijds ook essayistisch van opzet. Connie Palmen zal verslag brengen van haar drankzucht en rookmanie én A.F.Th. van der Heijden fabriceert een reeks "miniparoxismen" over drank en dronkenschap. Simon Vinkenoog mag - uiteraard - onder invloed van LSD een paar stukjes schrijven. Vele vertalingen en illustraties completeren naar verluidt het geheel. Over schrijvers en alcohol verscheen in 2001 bij Voltaire het aardige boekje In drank ten onder van Alexandre Lacroix, dat een prima inleiding is tot het onuitputtelijke thema. Schol.

P.C. Hooftprijs verrassend naar Biesheuvel

Feeststemming in Sunny home, het houten huisje van Bies, zijn trouwe Eva én hun talrijke roedels poezen: "Ik ben in tranen uitgebarsten. Vanavond ga ik aan de champagne. Ik had het helemaal niet verwacht. [..] Is het echt 60.000 euro?! Zo veel?! Dat ga ik bestemmen voor de Partij voor de Dieren! Die arme beesten die nooit buiten komen!" De P.C. Hooftprijs 2007, de belangrijkste Nederlandse oeuvreprijs (waarde 60.000 euro), gaat dit jaar inderdaad vrij onverwacht naar de Leidense auteur J.M.A Biesheuvel (°1939) over wie Anton Korteweg ooit dichtte: "Biesheuvel lezen/Binnen handbereik port sigaren/Naast me het getik van breinaalden/Zwartje en Borre spinnen. Wie er ook ongelukkig is - ik niet." Biesheuvel, die de laatste tijd nog weinig aan het papier toevertrouwde, werd door de jury geprezen voor zijn sterk associatieve verteltechniek wat "zijn proza een weldadig effect van irrationaliteit en onlogica [geeft], waardoor het fantastisch element te meer een kans krijgt". Ook Biesheuvels "verbeeldingskracht, absurdistische humor en stilistische rijkdom" worden luid geloofd. "Met zijn verhalen, die het autobiografische en het fantastische op een zo wonderbaarlijke manier met elkaar vermengen, heeft hij een unieke en onverwisselbare bijdrage geleverd aan de Nederlandse literatuur", aldus juryvoorzitter Maarten Asscher. Biesheuvel, die regelmatig kampt met zware psychische crisissen, ontvangt de prijs op donderdag 24 mei 2007 in het Letterkundig Museum in Den Haag. Biesheuvel ontving al de F. Bordewijk-prijs 1985 voor zijn verhalenbundel Reis door mijn kamer. Voor zijn debuut In de bovenkooi uit 1972 kreeg hij de Alice van Nahuys-prijs. Biesheuvel stapte vorig jaar naar een andere uitgever: van Meulenhoff trok hij naar Van Oorschot, die van plan is zijn Verzameld Werk uit te geven. De verschijning daarvan is voorzien in 2008. Momenteel zou hij nog aan de mini-novelle Heer en slaaf werken, maar hij beseft zelf dat het vat onherroepelijk af is. Op deze mooie VPRO-boekenpagina kun je Biesheuvel aan het werk horen. Vorige week nog werd in Vrij Nederland Arnon Grunberg als serieuze kanshebber getipt, zie hier. Ook Jeroen Brouwers en A.F. Th. Van der Heijden golden alom als fameuze kandidaten. Zij moeten nu minstens weer drie jaar geduld oefenen. De P.C. Hooftprijs, dit jaar bestemd voor een proza-auteur, bekroonde vorig jaar het dichtersschap van H.C. ten Berge.

Boek Peter Verhelst wordt verstript

De roman Tongkat van Peter Verhelst, in 2000 laureaat van de Gouden Uil, krijgt een verstripping. Striptekenaar Stedho (pseudoniem van Steven Dhondt) voorziet een "atypische strip', "heel eclectisch, met voor elk verhaal een eigen sfeer en acht verschillende stijlen." Verhelst stemt in met het project, maar laat de striptekenaar de vrije hand, zo zegt hij in Boekblad: "Ik denk dat je het bouwen van de verhaallijnen moet overlaten aan iemand die daarvan bezeten is. Vroeger was ik dat, vandaag Steven." Het wordt een project van lange adem: Stedho hoopt tegen eind 2007 alvast één hoofdstuk rond te hebben. Hij maakte al eerder een strip met de titel Tongkat maar die had geen rechtstreeks verband met Verhelsts boek. "Ik lees Tongkat als een bombardement van beelden, waaruit ik mijn keuze zal maken", belooft Stedho. Op Stedho's blog was op 2 november jl. al één voorproefje te zien.

Paniek rond dolende Borges-manuscripten

In een antiquariaat met de om problemen vragende naam Lame Duck Books in Cambridge, Massachusetts hebben ze zich 3 weken het pleuris gezocht naar twee originele manuscripten van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges (1899-1986). Nadat de boekhandelaar de manuscripten had meegenomen naar een vakbeurs in Hamburg, bleken de verhalen ‘Pierre Menard, auteur van Don Quichotte’ en ‘De bibliotheek van Babel’ (beiden uit 1939) zoek of gestolen. De lokale politie werd ingeschakeld en zelfs interpol nam de zaak ernstig. Dus keek de Lame Duck nog eens beter, en plots vond die alle papieren terug. Ze bleken domweg verkeerd geklasseerd. "Good,", verzuchtte de antiquair, "Now I don't have to kill myself." Een blik op de verkoopsfolders die Lame Duck Books uitbrengt, had misschien sneller opheldering kunnen brengen. Lame Duck Books was blijkbaar niet alleen hun kostbaarste Borgesalia kwijt, maar heeft ook moeite met de tel van hun catalogi: de laatste kreeg het nummer 83, Mas o menos. En daarvoor was er nummer 80-something, en nummer 81, or So. Het verhaal moet Borges uit het hart gegrepen zijn. Intussen benadert ook de internetliteratuur over de grote Argentijn Borges’ eigen oneindige Bibliotheek van Babel. Voor wie zich toch in deze tuin wil wagen, zijn de paden van het Borges Center van de Universiteit van Iowa en vooral die van The Modern World een prachtige, steeds splitsende twijndraad. (DL/HC)

Reve-antiquair houdt het voor bekeken

Piet van Winden, zowat hét aanspreekpunt voor de gevorderde Reve-verzamelaars, gaat zijn Leidse antiquariaat Aioloz van de hand doen. Dat verrassende nieuws maakte hij gisteren bekend, nét op de dag van Reves verjaardag én de onthulling van een nieuw Amsterdams gedenkteken voor de Volksschrijver. Van Winden heeft de Reve-kunde eigenhandig in een hogere versnelling gebracht. Hij grossierde in Reve-kranten en avonden, maakte het boek Zelf Reve verzamelen en dreef een florerende handel in de gekste Reve-memorabilia. Van Winden wil letterkundig erfgoed nu op een andere manier gaan promoten, zo zegt hij in NRC-Handelsblad: "Te weinig lezers kennen het machtige gevoel om een origineel werk van een schrijver beet te houden." Tja. Met de galopperende prijzen in de business moet daar allicht geen beterschap rond verwacht worden.

donderdag 14 december 2006

Nieuw literair magazine rond schaken

Binnenkort verschijnt het eerste nummer van Matten, een magazine dat literatuur en schaken wil verzoenen. Initiatiefnemer is de Nederlandse uitgever Allard Hoogland, die bekendheid verwierf als uitgever van het internationale schaaktijdschrift New in Chess. Dat prestigieuze vaktijdschrift heeft zelfs Anatoli Karpov, Judith Polgar, Gary Kasparow en Jan Timman onder zijn contribuanten. Matten. Schaakverhalen, dat op 9 januari voor het eerst in de winkel ligt, wil naar eigen zeggen inspelen "op de levendige Nederlandse schaakcultuur" en kan uit een ruime vijver literatuur vissen. In de wereldliteratuur heeft schaken immers veel sporen nagelaten: denken we maar aan Vladimir Nabokovs De verdediging (1930, gebaseerd op het leven van Curt von Bardeleben) en de schakende dwerg uit Elias Canetti's Het martyrium (Die Blendung - 1936). In de Nederlandse literatuur mogen in dat verband Louis Couperus (Het zwevende schaakbord), schaker en columnist Hein Donner, Max Pam en Tim Krabbé niet ongenoemd blijven. Matten past in het rijtje van literaire sporttijdschriften zoals Hard Gras (voetbal), De Muur (wielrennen), het literaire hardlooptijdschrift 42 en het roemloos ter ziele gegane schaatstijdschrift Zwart Ijs.

Christie's veilt literaire toperotica

Bij de Parijse dependance van het veilinghuis Christie's wordt vandaag en morgen de collectie erotica geveild van de legendarische Zwitserse bankier en verzamelaar Gerard Nordmann (1930-1992). Nordmann legde een verzameling aan van meer dan 2.000 erotische boeken, manuscripten en prenten, stuk voor stuk voor de liefhebbers zeer begerenswaardig materiaal. De collectie overwegend literair grafisch werk bestrijkt meer dan vier eeuwen (van 1527 tot 1975). Toppers zijn onder meer werken van Guillaume Apollinaire, Louis Aragon, Georges Bataille, Salvador Dali, Paul Léautaud, Guy de Maupassant, Raymond Queneau (!) en uiteraard boeken van erotomanen als Pierre Louÿs en Markies de Sade (1740-1814), van wie een exemplaar uit 1791 van Justine ou les Malheurs de la Vertu in 2 volumes te koop is. Naar verluidt zou dit exemplaar zeer hoge toppen scheren. Christie's heeft trouwens zijn voorzorgen genomen tegen morele scherpslijpers: van de kavels is online geen afbeelding te zien, "en raison d’images à caractère pornographique." De papieren catalogus moet dus soelaas brengen. In april vond het eerste deel van deze ook door Belgische verzamelaars druk bijgewoonde veiling plaats. Vorig jaar kon u in Génève een deel van de collectie bewonderen bij de Fondation Bodmer, waaraan Nordmann een aanzienlijke schenking deed.

Vaclav Havel keert terug als schrijver

De voormalige Tsjechische president en toneelschrijver Vaclav Havel (°1936) wendt zich, na een langdurig politiek intermezzo (1989-2003), stilaan weer tot de literatuur, zo liet hij zich ontvallen. Hij werkt aan een nieuw toneelstuk, dat gebaseerd is op Shakespeares King Lear. Binnenkort verschijnen ook Havels memoires, grotendeels gebaseerd op dagboekaantekeningen, interviews en presidentiële memo's. The Castle: Reflections on My Strange Life as a Fairy-Tale Hero, zo zou het boek in het Engels komen te heten. Havel zal er zich ook uitspreken over de oorlog in Irak (waarvan hij eerst een pleitbezorger was) én over de Europese eenmaking. Hij schreef het voornamelijk tijdens een gastverblijf aan de Library of Congress in Washington. Havel, die op het nippertje longkanker overleefde, kloeg er in The New York Times over dat zijn drukke presidentschap hem op cultureel gebied met zware hiaten had opgezadeld, een culturele achterstand die hij vreesde "niet meer te kunnen goedmaken." Havel bracht zopas zeven weken in de VS door als hoge gast van de Columbia University en werkte daar een drukke lijst ontmoetingen af, onder meer met Bill Clinton. Op deze speciale Havel-site doen Lou Reed en zelfs father Bush hun zegje over de bourgeoiszoon die het van dissident tot president schopte.

woensdag 13 december 2006

Spoorboekje wordt bestseller

Spoorboekjes: ze lijken in tijden van internet een anachronisme, een vreemd vermaak voor numerologische freaks, een papieren speeltuin van imaginaire punktualiteit. Ondanks de nieuwe dienstregeling zie je er op de Belgische ijzeren weg zelden iemand in verdiept. De verkoop ervan zou nog amper een paar duizend(en) bedragen. Fascinerende gedachte: wie is het brein achter dit gegoochel met de tijd, met plaatsen én met rollend materieel? Wie neemt de verantwoordelijkheid om de in elkaar grijpende tabellen "een goed voor druk" te geven? Het moet een loden last zijn. Des te verrassender is het bericht dat in Nederland het nieuwe Nederlandse Spoorboekje een ware bestseller aan het worden is. Het Spoorboekje (kostprijs € 5,50) maakt deze week een opgemerkte rentree in de Bestseller 60. Met zijn eenendertigste plaats is het boek deze week de hoogste nieuwe binnenkomer, zo meldt het Nederlandse vakblad Boekblad. Ook in Nederland is namelijk een nieuwe dienstregeling ingevoerd die voor veel stennis & onrust zorgt, zo blijkt hier. Het Spoorboekje laat zelfs Marcel Mörings Dis achter zich in de verkooptabellen. Verkiezen Nederlanders hun route het liefst op papier uit te stippelen? En waarom moet ik nu plots denken aan de fenomenale Joegoslavische schrijver Danilo Kis (1935-1989), in wiens boek Tuin, as (1965) zijn vader een uitzinnige, mondiale literaire onderneming beproeft aan de hand van dienstregelingen: de Dienstregeling van het autobus-, scheepvaart-, spoorweg- en vliegverkeer, een tomeloos, tot mislukken gedoemd huzarenstuk, een mythologie waarin alles in elkaar diende te grijpen, een hypertext op rails, wielen en met vleugels?

Poëziekrant wordt maandelijks magazine

Terwijl veel literaire tijdschriften naar adem happen en de concurrentie van het digitaal publiceren aan den lijve ondervinden, gaat het de Gentse Poëziekrant voor de wind. Gisteren raakte bekend dat het poëziemagazine zowaar zijn frequentie opdrijft van tweemaandelijks naar maandelijks. Het blad van hoofdredacteur Willy Tibergien, tevens stichter van het Poëziecentrum, wil "nog korter op de bal te spelen en de poëtische actualiteit beter opvolgen." Er zouden een rist nieuwe medewerkers uit Vlaanderen en Nederland worden aangetrokken. Ook buitenlandse poëzie krijgt via gastcorrespondenten meer plaats. Het fors gesubsidieerde Poëziecentrum komt ook met een nieuwe poëziereeks voor de pinnen, waarin vooral debutanten hun ding mogen doen. Per jaar zouden drie tot vier bundels uitkomen. Voor dit project is Hans Vandevoorde geëngageerd. Vandevoorde was ooit even werkzaam als uitgever bij Manteau. De laatste jaren heeft hij zich aan de Gentse universiteit op een academische carrière rond Karel van de Woestijne toegelegd. Het resultaat hiervan verscheen onlangs in boekvorm. De Spiegel van Achilleus (uitgeverij Vantilt) is een gids door het werk van Van de Woestijne, aan de hand van de allegorie. Hij gaat ook na hoe Maeterlinck, Mallarmé, De Bom, Vermeylen en de Tachtigers met de allegorie omsprongen. Over de finesses van het nieuwe uitgeefproject voor het Poëziecentrum houdt hij voorlopig de kiezen op elkaar, zo blijkt hier.

Günter Grass en de wereldvrede

Precies 25 jaar geleden, op 13 december 1981, kwamen in Oost-Berlijn schrijvers uit Oost en West bijeen die zich wilden inzetten voor de goede zaak: de bedreigde "wereldvrede". Intussen enigszins onder het stof van de Duitse geschiedenis verdwenen schrijvers als Christa Wolf, Heinar Kipphardt, Jurek Becker, Thomas Brasch en Stefan Heym tekenden present, net als het dan nog verre van bezoedelde geweten van Duitsland, Günter Grass. De samenkomst, de Berliner Begegnung zur Friedens-förderung, vond toepasselijk plaats op de Alexanderplatz, als om eer te brengen aan Alfred Döblins Duitsland – weliswaar kwalijk ruikend, maar nog in één min of meer vredelievend geheel. Even voordien had zich op dezelfde plek een top van het Warschau-pakt afgespeeld. De organisatie van het congres lag in handen van de DDR-auteur Stephan Hermlin, en toenmalig DDR-leider Erich Honecker keek vanop afstand goedkeurend toe. Het communistische regime wilde zich, na de nog steeds nazinderende ausbürgerung van zanger en schrijver Wolf Biermann in 1976, tegenover Westerse intelligentsia rehabiliteren. Ondanks de geladen sfeer kon er relatief openhartig worden geredetwist. Rolf Schneider, ook op de conferentie aanwezig, schrijft in Die Welt een verslag van de gebeurtenissen en neemt het op voor voor Grass die de ‘spionne brüskierte’. In 1999 zou een gelouterde Grass in Mijn eeuw schrijven dat "Biermann beledigd was omdat de Muur omviel zonder zijn toedoen". En nog later zou blijken dat ook Grass niet meteen de geschikte persoon was om over wereldvrede te confereren – of nét wel? [gastbijdrage Hans Cottyn]

dinsdag 12 december 2006

Hommeles bij Franse topuitgeverij

De Franse schrijfster Laure Adler (°1950), sinds december 2005 werkzaam als literair directeur bij uitgeverij Seuil, krijgt wellicht de bons na aanhoudende strubbelingen met de nieuwe PDG Denis Jeambar, zo berichten tal van Franse media. Het nieuws doet veel stof opwaaien in literair Parijs. Adler is dan ook een culturele leading lady. Ze was lange tijd raadgeefster van wijlen president François Mitterand en wisselde haar post als directeur van de radiozender France Culture in voor de baan bij Seuil. Ze schreef ook een veelgeprezen biografie van Marguerite Duras én een gevoelig boek over haar overleden zoon, A ce soir. Het was de bedoeling dat Adler de literaire poot van uitgeverij Seuil een nieuw elan én gezicht gaf. Het feit dat Seuil sinds 1988 geen enkele keer de Prix Goncourt wist binnen te rijven, zorgde er voor kopbrekens. Adler wist een aantal van haar vroegere contacten te verzilveren en met Alain Mabanckou en zijn Mémoires de porc-épic haalde ze dit jaar wel de Prix Renaudot binnen, net als de Prix Médicis étranger met Norman Manea. Adlers methoden bleken in het stijve Seuil niet op veel goodwill te kunnen rekenen. De prestigieuze Franse uitgeverij bevindt zich al geruime tijd in woelig water, vooral na de overname van Seuil door La Martinière en het vertrek van Hervé Hamon, die na 23 jaar de keet met slaande deuren verliet. Seuil is onder meer ook uitgever van Olivier Rolin, die er eveneens werkzaam is. "Le Seuil est un maison difficile", noteert Le Monde. Zie ook meer achtergronden in Le Nouvel Observateur. En ja, zelfs de website van Le Seuil maakt er (voorlopig) slagzij van.

3,3 miljoen euro voor bibliofiel boek op Brusselse veiling

Niet geheel onverwacht heeft het voorbije vierdaagse exquise Internationale Salon van de Bibliofilie te Brussel voor een recordprijs gezorgd. Een boek over pomologie (vruchtenkunde) met 421 originele aquarellen van diverse vruchten, aangebracht op verlijnpapier, werd door het Brusselse veilinghuis Pierre Bergé & associés voor 3.360.000 euro verhandeld. De originele platen zijn vervaardigd door Pierre Antoine Poiteau (1175-1840) en Pierre Jean François Turpin (1766-1854) en stammen uit de periode 1804-1809. Ze werden gemaakt voor de Traité des arbres fruitiers van Duhamel du Monceau. Liefhebbers kunnen hier de catalogus nakijken met veel details van de aquarellen, zie over het Salon ook ons eerdere bericht.

Boeken met een geurtje

Voor het Eén-programma Man bijt hond – Vlaanderens iedereen-beroemd-machine in primetime - zoekt Woestijnvis-redacteur Cemil Belek naar "mensen die houden van de geur van boeken." Hij vraagt zich onder meer af "wat het verschil is tussen de geuren van nieuwe en oude boeken" en zelfs of er "een link is tussen de geur en het succes van het boek". Steven Poole, componist en publicist bij o.m. The Guardian, signaleerde recent dat over boekenodeurs een heuse studie is geschreven. En ook Boudewijn Büch, opperboekmeester der Lage Landen, schreef in Het Parool al in 1988 een stukje over de geurzin van een gelijkstemde bibliofiel, Eugene Field (1850-1895). De onvolprezen Field was een Amerikaans kinderboekenschrijver en dichter, de uitvinder van de column én bovendien een rake boekensnuiver. In zijn postuum verschenen memoires The Love Affairs of a Bibliomaniac, oreert Field met enige zin in On odors which my books exhale over zijn bibliotheek: "Oh, sweet is the smell of my old, old books/In their places against the wall!"Als u ook vindt dat boeken zoet, ranzig, umami, pasteus, naar een zomerse perzik of naar een verse blauwe wijting ruiken, of u kan anderzijds zinnige en olfactorisch bevredigende antwoorden geven op deze moeilijke en hoogst belangwekkende kwesties, dan kan Cemil Belek bereikt worden op 02-7114559 (speurhonden gelieve zich te onthouden).Wie anderzijds zijn neus ophaalt voor boeken, kan zich voor 12,50 dollar ook de book deodorizer aanschaffen. [bijdrage van onze gastmedewerker Hans Cottyn]

maandag 11 december 2006

Literair magazine Granta onder druk

Het Britse literaire magazine Granta stond lange tijd garant voor een merveilleuze selectie "new writing" en was bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron voor wijlen Herman De Conincks Nieuw Wereldtijdschrift en het literaire non-fictie "tijdschrift" Atlas (van uitgeverij Atlas). Vrijwel alle internationale topauteurs hebben in de vaak originele themanummers hun pen geslepen. Granta heeft vooral ook de non-fictie én het reisverhaal de serieuze literatuur binnengesmokkeld en bracht het Dirty Realism van Raymond Carver en Richard Ford naar Europa. Ook haar boekenfonds en uitgeverij mag er wezen. Maar hoe literair toonaangevend is het blad momenteel nog? De themanummers beginnen wel eens pit te missen en de vorm oogt wat traditioneel. The Independent heeft een interview met de afscheidnemende hoofdredacteur, die de bui kennelijk ziet hangen. De invloed van het blad - dat een oplage van 50.000 exemplaren heeft - is tanend. Granta moet dan ook de concurrentie weerstaan van onder meer The London Review of Books, The London Magazine, Slightly Foxed en vooral McSweeney's, het blad van Dave Eggers en zijn trawanten. Jack vraagt zich geredelijk af of kortverhalen en literaire fictie nog wel sexy genoeg zijn voor jong ambitieus schrijvend grut.

Erik Vlaminck reageert

Auteur Erik Vlaminck bezorgde ons vanavond een uitgebreide reactie op ons DPM-bericht van gisteren over het Nederlandse Fonds voor de Letteren én gaat de polemiek aan met Arjan Peters. Hij verwijst hierbij naar diens partner, de schrijfster Désanne van Brederode: "De Papieren Man brengt een artikel van Arjan Peters onder de aandacht. Peters fulmineert daarin tegen het Nederlandse Fonds voor de Letteren. Peters vindt dat sommigen (waaronder ondergetekende) een te hoge werkbeurs krijgen en dat anderen (waaronder zijn eigen vrouw?) te weinig krijgen. Peters gaat uit de bocht wanneer hij de werkbeurzen van verschillende auteurs vergelijkt. Ik ontvang, gespreid over vier jaar, van het Nederlandse Fonds voor de Letteren een projectwerkbeurs van 55.000 euro voor het schrijven van een omvangrijke historische roman en een projectwerkbeurs van 20.000 euro voor het schrijven van een literaire novelle. (Een gedeelte van die beurzen wordt door het Vlaamse Fonds voor de Letteren betaald want een auteur kan, terecht, geen werkbeurzen cumuleren). Peters vergelijkt het bedrag dat mij werd toegekend met bedragen die andere auteurs kregen voor projecten van kortere tijdsduur en kleinere omvang. Niet echt eerlijke journalistiek…Peters stelt ook dat ik deel uitmaakte van de commissie van het Nederlandse Fonds voor de letteren die mij de werkbeurzen toekende. De man vergist zich. Of hij liegt.
In De Papieren Man omschrijft Dirk Leyman mij als een lobbyist die het klappen van de zweep kent. Hij doet mij te veel eer aan. Ik ben een van de vele schrijvers die een gedeelte van zijn inkomen haalt uit gemeenschapsgeld (werkbeurzen). Daarom vind ik het mijn plicht mij te engageren voor collega’s en voor het boekenvak an sich. En daarom ben ik ingegaan op de vraag om voorzitter te worden van de Vlaamse Auteursvereniging. Het is vanuit die laatste functie niet vanzelfsprekend dat ik ook jurylid ben van de Libris Literatuurprijs 2007. Maar ik zat al in die jury, en het jurywerk was al ver gevorderd, toen de Vlaamse Auteursvereniging werd opgericht. Dat ik jurylid was, is trouwens bij de oprichtingsvergadering van de Vlaamse Auteursvereniging meegedeeld aan de aanwezige auteurs die toen de bestuursploeg verkozen hebben. Bij de Antwerpse SchrijversAcademie ben ik niet langer directeur (een vrijwilligersbaan trouwens…); o.a. omdat het mijn eerste plicht is om een goed boek te proberen schrijven in ruil voor de niet geringe werkbeurs die mij werd toegekend."

Literair Dublin in kaart gebracht

Er komt weer beweging in de Oog in 't Zeil-Stedenreeks van uitgeverij Bas Lubberhuizen. Na een rustpauze waarin het concept enigszins werd herdacht, komt de onder verzamelaars gegeerde boekenreeks met een nieuw, twaalfde deel over Dublin. Samensteller Hein Groen laat alle Ierse schrijvende grootheden de revue passeren en tast hun verhouding met Dublin af: "waarom Joyce er niet wilde blijven en Seamus Heaney er ging wonen, hoe W.B. Yeats het opstandige theaterpubliek probeerde te sussen en waar Samuel Beckett studeerde." Maar ook Oscar Wilde, G.B. Shaw, J.M. Synge, Brendan Behan, Maeve Brennan en recente giganten als Roddy Doyle en John Banville worden door verschillende essayisten grondig belicht, vaak vanuit een aparte invalshoek. Nieuw is het service-gedeelte achterin het boek, met literaire wandelingen en lijstjes met literaire musea, schrijvershuizen en bibliotheken, evenals must read Dublin-boeken voor in de reiskoffer. Dublin stelt de reputatie van uitgeverij Bas Lubberhuizen als leverancier van literair armchair tourism veilig. De laatste tijd richt de uitgeverij, die ook het literair-historisch tijdschrift De Parelduiker uitgeeft, zich meer op boeken over de geschiedenis van Amsterdam. Uw dienaar stelde eerder twee delen samen in deze Stedenreeks: Nice, muze van azuur (deel 11, 2004) en Gent, de dubbelzinnige (deel 7, 2000, uitverkocht), dat laatste samen met Marco Daane.

AKO-jury 2007 bekendgemaakt

De stichting AKO-literatuurprijs heeft gisteren de nieuwe jury voor de volgende jaargang vrijgegeven. Voorzitter is Gerlach Cerfontaine (1946), president-directeur van Schiphol Group. Zoals gebruikelijk is steeds een publiek figuur voorzitter, vorig jaar was dat de Nederlandse prinses Z.K.H.M. Laurentien. Johan De Haes (VRT-radio) en Rob Schouten (recensent Trouw en VN) blijven zetelen, beiden voor het derde jaar. Nieuw zijn Margot Dijkgraaf (directeur van het Centre Français du Livre bij het Amsterdamse Maison Descartes en NRC-recensente) en Jeroen Overstijns (chef boeken De Standaard) evenals Jacqueline van der Linden-Piret, publieksjurylid als zogenaamde "bevlogen lezer". Elsbeth Etty en Jos Borré verdwijnen uit de AKO-jury. Opmerkelijk: de uitreiking van de editie 2006 vond vorige maand plaats in een Schiphol-hangar. Winnaar werd volstrekte outsider Hans Münstermann met De bekoring (zie hier).

zondag 10 december 2006

Nederlands Fonds voor de Letteren weer in de vuurlinie

In De Volkskrant van vrijdag jl. stelt criticus Arjan Peters opnieuw vragen bij de "ondoorgrondelijkheid van het [Nederlandse] Fonds voor de Letteren." Jaarlijks krijgt het Nederlandse Fonds 6 miljoen euro, waarvan het 2.782.500 euro besteedt aan schrijvers en vertalerssubsidies, "maar waarom de ene auteur een kleine beurs krijgt en de andere een huizenhoge, horen we nooit", stelt Peters. De vage criteria waarmee het schrijversmanna wordt verspreid zijn hem een doorn in het oog. "Geerten Meijsing ontving een werkbeurs (30 duizend euro) voor een bundeling van oude essays [nvDPM: Stukwerk, tegenhanger van Stucwerk (2001)], en hoeft die niet eens terug te storten. Erik Vlaminck, voormalig lid van de adviesraad en van een werkbeurzencommissie, kreeg als afscheidscadeau 75 duizend euro mee voor twee boeken." Peters wees in de rubriek InDruk al eerder op de achtergronden van deze onwaarschijnlijk hoge beurs, waarmee Vlaminck - althans volgens het Fonds voor de Letteren - "de allerbeste schrijver uit ons taalgebied" zou wezen (zie De Volkskrant, 25 augustus 2006, het betreffende fragment vind je in de comments bij dit bericht). Als literair lobbyist kent Vlaminck het klappen van de zweep. De schrijver was tot voor heel kort directeur van de Antwerpse Schrijversacademie, is sinds enige tijd voorzitter van de nieuwe Vlaamse Auteursvereniging én combineert dit met een rol als jurylid van de Libris Literatuurprijs 2007. Peters haalt ook nog de case Co Woudsma aan. De dichter van Geluksinstructies (2005) kreeg dit voorjaar een werkbeurs van 10.000 euro toegekend, maar in het oordeel van de adviescommissie werd schamper gedaan over zijn bundel van "ongelijke kwaliteit". Woudsma was vertoornd over deze motivatie en drong aan op een inhoudelijke discussie. Zijn beurs zou hij terugstorten. Hij vroeg dat de werkbeursweigering in de nieuwsbrief zou vermeld worden, maar dat zinde het Fonds voor de Letteren niet: de auteur zou te zeer een statement willen maken. Peters: "Men kent een schrijver geld toe, voegt daar een flodderig gesteld advies bij, gaat niet in op zijn voorstelbare bezwaren en weigert zijn weigering openbaar te maken - zogenaamd om hem te beschermen." Uiteindelijk komt Woudsma's weigering in het volgende jaarverslag te staan, maar niét in de nieuwsbrief...Zie voor de geanimeerde Woudsma-discussie ook al eerder op De Contrabas.

Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk: "In de eerste plaats schrijver"

De Turkse schrijver Orhan Pamuk (54) kreeg vandaag van de Zweedse koning zijn Nobelprijs Literatuur overhandigd. De hele voorbije week was Pamuk in Stockholm aanwezig, waar hij van de ene persconferentie en huldediner naar de andere lezing werd gesjouwd. De auteur van Ik heet Karmozijn (1998) en Sneeuw (2002) sloeg zich met veel humor en flair doorheen de plichtplegingen, waarbij hij netjes de politieke valkuilen vermeed. Pamuk wordt als een mediator tussen de culturen gezien en is in Turkije niet onomstreden. Toch benadrukte hij in de eerste plaats "een schrijver" te zijn en niet noodzakelijk een "bruggenbouwer": "Ik hou niet erg van het beeld dat ik de westerse en de islamcultuur nader tot elkaar moet brengen. Ook na de Nobelprijs wil ik mijn intensiteit als schrijver vrijwaren. [...] Ik schrijf niet terwille van de boodschap", zei hij. "Literatuur heeft geen uitstaans met macht. Literatuur dient wél om dingen te begrijpen." Veel aandacht ging er naar de traditionele Nobelprijslezing op donderdagavond, waar Pamuk een roerende hommage aan zijn in 2002 overleden vader bracht. Deze vertrouwde hem ooit een koffer vol onuitgegeven manuscripten toe, waarmee Pamuk eerst geen raad wist. De werkelijk briljante tekst (My father's suitcase), tegelijk een diepgaande bespiegeling op de ambities én wankelmoedigheden van het eigen schrijverschap, staat hier in vijf talen integraal te lezen. De Franse auteur Pierre Assouline becommentarieert hem op zijn blog voor Le Monde en ziet hem als tegenhanger van de Brief aan mijn vader van Franz Kafka. Zie ook dit ceremonieverslag van Michael Zeeman in De Volkskrant.

Jan Cremer revisited

Uitgeverij De Bezige Bij onderneemt een nieuwe poging om de schrijvende, schilderende en zwervende brulboei Jan Cremer (°1940), icoon van een vervlogen tijdperk, weer in de belangstelling te krijgen. Zopas verscheen De Cremer-tapes, voetnoten bij een schelmenroman, een door Rob van Essen samengesteld boek op basis van de inhoud van Cremers' scheepskisten. Die stonden dertig jaar te verstoffen in de kelders van het New Yorkse Chelsea Hotel (waar Cremer destijds een optrekje had) en bevatten bandopnames, uitgetikte gesprekken en notitieboekjes uit de vroege jaren zeventig. Het boek biedt "alle opinies, herinneringen, opvattingen en driften die de schrijver karakteriseren", aldus de uitgeverij. Het weekblad HP/De Tijd is niet onder de indruk: "Toen was toen en nu is nu, en het verschil is dat Jan Cremer indertijd als enige buiten stond, en de rest van Nederland binnen. Inmiddels is dat omgekeerd en doet Cremers oubollige vrijgevochtenheid ultraconservatief aan. Jan vervaardigde met De Cremer Tapes zijn eigen Onverbiddelijke Persiflage." Het fameuze Ik, Jan Cremer ("de bandeloze ontploffing tussen autobiografie en mythomanie", aldus W.F. Hermans), vol branie, seks en avonturen, dateert van 1964 en veroorzaakte destijds een aardverschuiving in sommige Nederlandse leeshoofden. "Het druipt van bloed en sperma", vond Clara Eggink vol afschuw. Het boek bereikte een miljoenenoplage en werd wereldwijd vertaald. Vorig jaar verschenen Cremers Brieven 1956-1996 (De Bezige Bij) en het door Hans Dütting samengestelde Jan Cremer, documentaire (Signature), waarin Cremers parcours "van ondervoede oorlogswees tot gevierd kunstenaar en bestsellerschrijver" uitvoerig wordt gedocumenteerd.

Jonathan Littell wordt officieel Fransman

De Amerikaan Jonathan Littell (°1967), in Frankrijk gelauwerd met de Prix Goncourt en Grand Prix de l'Académie française voor zijn in het Frans geschreven epos Les bienveillantes, krijgt nu toch de Franse nationaliteit. Eerdere aanvragen waren geweigerd, maar vanwege zijn verdiensten voor de Franse taal blijken alle hindernissen nu opgeruimd te zijn, zo meldt zijn uitgever Gallimard. Dat de zaak voor de Franse overheid een cultureel-politiek tintje kreeg, blijkt alvast uit de blog van Alain Mabanckou (de Renaudot-winnaar van dit jaar) en het aldaar te lezen artikel uit Le Figaro. Littell is en blijft immers een kosmopoliet. De zoon van Newsweek-journalist en thrillerromancier Robert Littell bracht zijn lyceumjaren in Parijs door, waar zijn moeder woonde. Hij werkte wereldwijd voor NGO's in allerlei conflictgebieden, wat hem mee brandstof bood voor zijn roman over SS-beul Max Aue. De mediaschuwe Littell woont momenteel in Barcelona en is getrouwd met een Belgische. Zijn twee kinderen hebben de Belgische nationaliteit. Over Amerika liet hij zich niet al te gunstig uit, iets wat de Franse intelligentsia vast kon waarderen: "Er is daar een gebrek aan charme en het stoort me dat ik er niet kan roken terwijl ik whisky drink", zei hij in Le Nouvel Observateur. Intussen zijn er 300.000 exemplaren van Les bienveillantes aan de man gebracht. Zie ook eerdere DPM-berichten hier.